[adagia]
 

[terug naar de lezende kip, naar entree of naar de sitemap]
© Monique Bullinga | m [at] rabelais [punt] nl

anoniem erasmus [naar holbein vraagteken]


 Ik ga te voet, want zwemmen heb ik niet geleerd [II,2,23]
 

Inhoudsopgave

[0] Vooraf
[1] Gids voor het gebruik
[2] Piet Offermans, ‘Omne malum commodum suum habet’
[3] Enkele externe links

 

Vooraf

De directe aanleiding voor deze pagina van rabelais was het verschijnen, op 15 december 2011, van: Érasme de Rotterdam, Les Adages. Édition complète bilingue. Édition numérotée, tirage limité. Cinq volumes sous coffret. Sous la direction de Jean-Christophe Saladin. Le Miroir des Humanistes 11. Paris, Les Belles Lettres.

Het is niet voor niets dat nu juist aan dit werk — als alles mee zit — aandacht besteed zal worden. François Rabelais (1483?-1553), aan wie deze site (grotendeels) gewijd is, heeft dankbaar gebruik  gemaakt van de rijke bron die de Adagiorum chiliades vormden. Hij bewonderde Erasmus, en zijn Gargantua & Pantagruel is in veel opzichten schatplichtig aan diens werk:

‘Si Rabelais dialogue avec les Anciens — et ils sont conviés nombreux au banquet  pantagruélique: Plutarque, Pline, Homère, Lucien —, c’est aussi avec les oeuvres des modernes que son texte tisse ses liens. Ainsi Érasme, jamais nommé, alors que toute l’oeuvre de Rabelais est imprégnée de celui qu'il considère comme un maître[...]. Ce sont les adages, si nombreux, parfois dans une même page, et que Reuchlin disait être des mots de Pythagore [...]. C’est l’Éloge de la folie, constitutif du Tiers livre; ce sont les colloques, tels ‘Le Naufrage’ dans la tempête du Quart livre, ou ‘Les Funérailles’ qui informe la mort exemplaire de Raminagrobis. Sont présentes les grandes leçons érasmiennes sur l’éducation, la politique, les pratiques religieuses, la philautie (amour de soi), et c’est le fameux adage ‘Les Silènes d’Alcibiade’ qui domine le prologue de Gargantua.’

Aldus Mireille Huchon in de inleiding bij de door haar bezorgde editie van Rabelais’ werk (1994,
p. xxvii). De invloed is genoegzaam bekend, en in de recente literatuur onderstreept met name
M.A. Screech, in zijn Rabelais (1979), wat de ene grote schrijver aan de andere te danken had. In zijn eigen vertaling van Rabelais (2006) schrijft deze kenner: ‘The sources of Rabelais are given in the introductions to each chapter only when they add to the pleasure or understanding. One exception is made: Erasmus. He is frequently mentioned for his Adages. Few books have ever had a greater influence on their times.’(p. xli)

Ook op deze pagina pluk ik mijn bloemen uit andermans hof, zoals de bekende metafoor wil, en herschik ik ze tot een eigen boeket. Niet om iets nieuws aan de enorme hoeveelheid erasmiana toe te voegen — daar zijn anderen voor — maar par plaisir.

‘Les Adages ne sont pas un recueil de proverbes’

Op deze pagina spelen de Adagia dus de hoofdrol. Veelzeggende of vrolijke spreekwoorden — zeker waar ze door Rabelais gebruikt zijn — zullen het onderwerp zijn. Maar mogen we die laatste eigenlijk wel zo noemen? Wát verzamelde Erasmus nu precies in zijn Adagiorum collectanea, zoals de titel van de eerste druk uit 1500 luidde? Mogen we zomaar spreekwoorden als antwoord geven? Saladin zegt in zijn inleiding ‘La révolution humaniste’ nadrukkelijk: ‘Les Adages ne sont pas un recueil de proverbes’. Wat dan wel? We proberen erachter te komen, door bij Erasmus en literatuur over hem te rade te gaan.*

‘Nu moet men niet meteen met een afkeurend vingertje zwaaien indien iemand zich bij wijze van oefening of ontspanning met dit soort onderwerpen gaat amuseren, zolang die humor maar een zekere inhoud heeft en het plezier ook enig nut oplevert. Wie kan immers verbieden om lachend de waarheid te zeggen?’ Zijn potten uitstallen [II,2,40]

*Aanvulling: in maart 2014 wordt in Parijs over dezelfde kwestie gedebatteerd. In de aankondiging [panurge] vragen de organisatoren zich onder meer af:

Qu’est-ce dans le fond qu’un ‘adage’? Comment se situent les définitions qu’en donne Érasme lui-même: par exemple dans la Lettre Préface à Lord Montjoye, traduite notamment par Jean Céard qui la présente dans le premier numéro de la revue Seizième siècle? Peut-on parler du ‘genre’ des adages? À quels genres s’adossent les Adages d’Érasme?

De korte gids voor het gebruik van deze pagina [1] geeft informatie over titels en verwijzingen. Piet Offermans zorgde met zijn ‘Omne malum commodum suum habet’ [2] op hoogst eigen wijze — als altijd — voor de aftrap. Voor een rustiger beeld zijn enkele belangrijke externe links onder aan de pagina bijeengezet [3]. Wat het verder wordt ligt in de schoot der goden. Suggesties en/of correcties worden Met open armen [ II,9,54] ontvangen.

NB Voorlopig blijft het bij deze opzet van mijn hoogst particuliere adagia-project, en zal de geïnteresseerde bezoeker af en toe terug moeten komen om te zien of er, bijvoorbeeld, al een adagium op de toekomstige pagina adagia selecta staat. ■ Jaap Engelsman en Clara Klein dank ik voor hun bereidheid hun kennis met mij te delen. [omhoog]
 

[1]
Gids voor het gebruik

      Citaten

De aangehaalde adagia worden zonder aanhalingstekens, met hun nummer en in afwijkende kleur geciteerd, ongeacht de gebruikte editie, dus: Mâcher le travail à quelqu’un [II,x,33], Iemand iets voorkauwen [II,10,33]. Wel worden, naar gelang de bezorgers/vertalers dat doen, afwisselend Romeinse en Arabische cijfers gebruikt voor de honderdtallen.
      In de lopende tekst wordt  de Latijnse of Franse vorm cursief weergegeven, met tussen ‘aanhalingstekens’ het Nederlands: Mâcher le travail à quelqu’un ‘Iemand iets voorkauwen’.
     Waar mogelijk wordt geciteerd uit de Nederlandse vertaling van Jeanine De Landtsheer (zie hierna), die immers binnen ieders bereik ligt.   

     Gebruikte vertalingen van de Adagia

Saladin ed. bovengenoemde editie van de Adages bezorgd door Jean-Christophe Saladin, aangehaald als Saladin ed.
De Landtsheer 2011 Desiderius Erasmus, Spreekwoorden. Adagia. Verzameld Werk 5. Vertaald en toegelicht door Jeanine de Landtsheer (Athenaeum—Polak & Van Gennep, Amsterdam 2011), aangehaald als De Landtsheer 2011. NB Het betreft hier een selectie uit de adagia.
Mann Phillips 1964 Margaret Mann Phillips, The ‘Adages’ of Erasmus. A study with translations (Cambridge UP, Londen enz. 1964), aangehaald als Mann Phillips 1964; ook hier gaat het om een klein deel van het totaal (zie hieronder, CWE).
Barker 2001 The Adages of Erasmus. Selected by William Barker (University of Toronto Press, Toronto enz. 2001); aangehaald als Barker 2001.

      Alle de werken

Er zijn twee langlopende projecten waarin het werk van Erasmus integraal wordt uitgegeven:
ASD Complete, genannoteerde Latijnse editie: de Opera omnia Desiderii Erasmi Roterodami: recognita et adnotatione critica instructa notisque illustrata, Amsterdam en Oxford, 1969 - ; de Adagia beslaan hierin de dln. II 1-8, 1981-2005.
CWE Een complete, kritische uitgave in Engelse vertaling is de bedoeling van het team dat (eveneens) al decennia werkt aan The Collected Works of Erasmus (CWE), University of Toronto Press, 1982 - ; de Adagia beslaan de dln. 31-36, 1982-2006.

      Nederlandstalige projecten

Verzameld werk Atheneum—Polak & Van Gennep publiceert een selectie uit het Verzameld werk. Tot op heden (medio 2012) zijn verschenen
I. Gesprekken / Colloquia (2001)
II. Lof en blaam Lof van het huwelijk — Lof van de geneeskunde — Lof der Zotheid — Brief aan Maarten van Dorp — Julius buiten de hemelpoort (2004)
III. Opvoeding Etiquette — Leren studeren — De opvoeding van kinderen — De opvoeding van de christenvorst — Tegen de barbaren ( 2006)
IV. Verweerschriften De spons — De ciceroniaan — Antwoord aan prins Alberto Pio van Carpi (2007)
V. Spreekwoorden / Adagia (2011)

Correspondentie Uitgeverij Ad. Donker te Rotterdam heeft het aangedurfd de gehele correspondentie uit te geven: De correspondentie van Desiderius Erasmus, onder redactie van
I.P. Bejczy e.a.,  2004- ; tot op heden (januari 2013) zijn tien delen verschenen.

Briefwisseling Aloïs Gerlo & Marie Delcourt Tot slot wil ik graag nog de aandacht vestigen op D’une correspondance, l’autre. Lettres de Marie Delcourt et d’Aloïs Gerlo, traducteurs de l’Opus epistolarum d’Erasme (1964-1979). Edition et notes par Marie Theunissen-Faider (2012).

Uit deze briefwisseling wordt duidelijk hoe groots het project uit de titel was, en hoe moeizaam het verliep, maar ook met hoeveel toewijding Gerlo en Delcourt eraan bleven werken, ook nadat de laatste talloze malen verzucht had dat het zó niet goed kon gaan, en dat ze er ook wel heel moe van werd soms. Marie Delcourt was uit 1891, en bijgevolg 73 jaar oud toen ze ja zei op de vraag of ze haar medewerking aan de vertaling wilde verlenen. Ze stierf in 1979, een paar dagen nadat deel VIII verschenen was. Lees dit boek, het is een waar genoegen. [omhoog]
 

[2]
Omne malum commodum suum habet

Een lichte gedachte bij een zwaar project
door Piet Offermans
[pdf]

 

erasmus ankertegel rotterdam


 

[3]
Links

■ De Latijnse tekst die ten grondslag ligt aan de vertaling van de door Jean-Christophe Saladin bezorgde tweetalige uitgave is online gezet en als één pdf te downloaden.
■ Via oapen, de Open Access Publishing in European Networks, zijn onder meer de in de ASD uitgegeven delen Adagia te downloaden.
■ Op de website van het Erasmus Center for Early Modern Studies is een groot aantal vroege uitgaven van Erasmus’ werk in facsimile in te zien.
■ Op e-rara, onderdeel van een aantal Zwitserse bibliotheken, zijn onder veel meer enkele Epitome-uitgaven te downloaden, evenals verschillende zestiende-eeuwse edities van Polydorus Vergilius’ ‘spreekwoordenboek’.
■ De universiteit van Mannheim geeft de Adagia Optimorum Utriusque Linguae Scriptorum Omnia enz. (1603), met enkele zeer handige indexen.
■ Martin Engels heeft veel bijzonder nuttige (met name ook met betrekking tot de adagia) erasmiana bij elkaar gezet —  soms ontroerende: zie de brieven van Mynors, de geleerde die tot zijn vroegtijdige dood in 1989 verantwoordelijk was voor de bezorging van de Adagia in de CWE.
■ Een ‘Compilatie van biografische en autobiografische geschriften, in 1615 uitgegeven door de Rotterdamse boekhandelaar Matthys Bastiaensz. Met een facsimile van het exemplaar in de Bibliotheek van Rotterdam’ is te vinden op een pagina van de Leidse universiteit. Zie aldaar voor meer; bovenstaande afbeelding van de tegel is van deze site afkomstig.
■ In de dbnl is voornamelijk secundaire literatuur over Erasmus te vinden.
 

[omhoog, terug naar de lezende kip, naar entree of naar de sitemap]

 

bifolium erasmus finis a1