|
De lezende kip [MB] scharrelt bij elkaar wat ze tegenkomt over ‘het boek’ en ‘lezen’. Zowel uit echte boeken als uit koffielectuur. Korte citaten, wat langere fragmenten, hilarische uitspraken, een veelzeggende afbeelding: als het maar over boeken (-nieuws) gaat. Ongecensureerd, (meestal) zonder annotatie ook: ze moeten voor zichzelf spreken. Soms is het aan te bevelen de bron zelf in te zien, de citaten zijn immers altijd uit hun context gelicht. Het resultaat van dit gescharrel wordt op deze pagina steeds aangevuld — doorsurfen kan naar: Lezen of niet [naar entree of naar de sitemap] ‘Voor welk boek wilt u graag tijd maken? ♦♦♦ ‘Plotseling staat hij [Rory Stewart] op en troont de verslaggever mee naar zijn werkkamer. Langs de muren staan eikenhouten boekenkasten. Op de grond ligt een chaotische stapel boeken, met bovenop de verzamelde essays van George Orwell. “Dit is wat er gebeurt wanneer ik donderdagavond thuiskom. Dan ga ik m’n boeken herschikken. Een van de belangrijkste problemen die je hebt als politicus,” zegt hij terwijl hij weer rechtsomkeert maakt, “is dat je geen tijd hebt om te lezen en na te denken. Je wordt dommer. De politiek is dodelijk voor geest en karakter.”’ ♦♦♦
■ Stendhal, Het rood en het zwart. Kroniek van 1830 (Le rouge et le noir, 1830; Ned. vert. zesde dr. 2007), pp. 22-23. Het genoemde lievelingsboek ‘verscheen in 1823 in Parijs, samengesteld door Las Cases, [en] werd in de tijd van Stendhal ten onrechte toegeschreven aan Napoleon’, aldus de noot van de vertaler, Hans van Pinxteren. In hetzelfde boek [met een knipoog naar Laura] (p. 267; curs. van mij, MB): ‘[...] Even later zat Julien in zijn eentje in een prachtige bibliotheek; dat was een heerlijke ervaring. Om in zijn ontroering door niemand te worden verrast, kroop hij weg in een donker hoekje. Van daaruit keek hij opgetogen naar de glanzende ruggen van de boeken. Dit zal ik allemaal kunnen lezen, dacht hij. Hoe zou ik me hier dan kunnen vervelen?’ ♦♦♦
♦♦♦ ‘Solomon Schechter stierf in 1915 na een lezing over joodse filantropie. (Nadat hij in elkaar gezakt was, vond hij het goed te blijven liggen tot er een dokter kwam, maar wilde wel dat Mathilde hem een boek gaf, zodat hij iets te lezen had. “Ik kan hier niet liggen niksen!” zei hij. Hij verliet het leven al lezend in een van zijn geliefde boeken, sir Walter Scotts The Antiquary (De antiquair).’ ♦♦♦ Wit in a constable. A comedy written 1639. Hold. Did you ere we departed from the Colledge ■ Uit: Henry Glapthorne, Wit in a constable. A comedy written 1639. The author Henry Glapthorne. And now printed as it was lately acted at the Cock-pit in Drury lane, by their Majesties servants, with good allowance. London, Printed by Io. Okes, for F.C. and are to be sold at his shops in Kings-street at the signe of the Goat, and in Westminster-Hall, 1640. Lees verder op beinecke early modern. ♦♦♦ My Books They dwell in the odour of camphor, In their creamiest ‘Oxford vellum’, Blind-tooled and morocco-jointed, For the row that I prize is yonder, Montaigne with his sheep-skin blistered, And the Burton I bought for a florin,
Martin Hulsenboom vond dit gedicht van Austin Dobson (1840-1921; hiernaast) in: Gleeson White ed., Book-Song. An anthology of poems of books and bookmen from modern authors (1893). Ook opgenomen in Dobsons Collected Poems, vol. II (1895), te vinden op gutenberg. ♦♦♦ ‘Ik wou maar één ding zeggen.Vijf jaar lang heb ik me gedragen als een onbevlekte maagd. Ik las zelfs geen romans meer. Alles wat met de liefde te maken had, stond me tegen en joeg me angst aan. Als ik naar de schouwburg wilde, koos ik een stuk dat niet over liefde ging. In die tijd speelden ze De wolven van Romain Rolland en dat was geknipt voor me. Jij zult erom lachen, maar ik zat woordenboeken en encyclopedieën te lezen. Ik worstelde me door deel twee van de Faust. Ik las zelfs het werk van Clausewitz over militaire strategie, hoewel God weet dat ik altijd een afschuw heb gehad van oorlog.’ ♦♦♦ ‘As a rule, I read [...] poetry in bed; philosophy and serious essays sitting down at my desk; newspapers and magazines while I eat breakfast or lunch, and novels while lying on the couch. It’s toughest to find a good place to read history, since what one is reading usually is a story of injustices and atrocities and wherever one does that, be it in the garden on a fine summer day or riding a bus in a city, one feels embarrassed to be so lucky. Perhaps the waiting room in a city morgue is the only suitable place to read about Stalin and Pol Pot?’ ♦♦♦ ‘Ik ken heel wat volwassenen die met wallen onder de ogen gaan werken en dan tegen collega’s zeggen dat ze tot diep in de nacht in de kroeg hebben gehangen. In werkelijkheid hebben ze in bed liggen lezen.’ ♦♦♦ ‘Lezen is een asociale bezigheid. Het wordt aardig wanneer je er met anderen over praat.’ ♦♦♦ ‘Scene-of-crime continued. Fingerprint details. The marked passage in the volume of Shakespeare, a 6B pencil which had not been found. The afternoon wore on. The postman was called, as was Miss Lucy Bellringer. She assured the court that on the morning of her friend’s death the larder window was undamaged and the hemlock not in the house. And that, as regards the 6B pencil, Miss Simpson would never have defaced her beloved Shakespeare. “She never put a mark in any of her books. They were far to precious to her.”’ ♦♦♦ Haar enthousiasme werkt aanstekelijk. Ze wekt bovendien de indruk dat ze 24 uur per dag aan het werk is. Klopt dat? ♦♦♦
De gloeilampen in mijn huis fluisteren me toe: als jij nu blijft afzien van, bijvoorbeeld, een afwasmachine, of een droogtrommel — energieslurpers —, mogen wij dan voor goed leeslicht blijven zorgen? Nee dus: Europa heeft het licht gezien, en daarmee het licht in mijn huis uitgedaan... ♦♦♦ Gelezen, als handtekening in een e-mailbericht: ‘Le Livre charme dans la prospérité; ♦♦♦
♦♦♦ ‘Ik voelde me al een stuk beter. Boekwinkels hebben op mij het effect van tranquillizers en antidepressiva. De meisjes waren vertrokken zonder dat ik het had gemerkt. Nu waren we alleen, Ottavio en ik. Ik liep naar hem toe. ‘“Er zijn mensen die zich nergens voor schamen,” zei ik. ♦♦♦ ‘In 1959 I married Jo Ballard Scott, of Florence, South Carolina. Jo spent our marriage reading Proust and Gibbon. Proust she read in French, in the Pléiade edition. ♦♦♦ ‘Her boss, she said, had heard that I had a really good library. ♦♦♦ Gezien op de boekenlegger van The Thieving Magpie Bookstore in Amsterdam: ♦♦♦
In 1705 verscheen een handleiding voor het samenstellen van een Frauen-Zimmer Bibliothekgen. Het boek verscheen anoniem te Güstrau, ‘Zu finden im Rüdigerschen Buchhandlung’. Op Early Modern at the Beinecke is meer te lezen; zo is de onbekende auteur onder meer van mening dat ‘almost anyone could own at least the essentials and that every woman ought to buy as many good books as she can afford’. Waar wij ons uiteraard graag bij aansluiten. ♦♦♦ ‘Ik lees filosofische boeken het liefst in het Duits, Engels, Frans of Grieks. Niet omdat ik opschep die talen te kennen, maar omdat mijn geliefde auteurs als Descartes, Euclides, Gottlob Frege en Peter Geach woorden gebruiken, waarbij ik schrik, en denk: wat betekent dat woord in zijn taal, en gebruikt hij het hier niet op een nieuwe manier? Dat levert lekker langzaam lezen op. Terwijl je poëzie tien keer zo langzaam verwerkt als proza, kost filosofie nóg eens tien keer zoveel tijd.’ ♦♦♦
Leest u verstandig en effectief? Haalt u het maximale uit uw lectuur? Leest u het ene boek wel langzaam en het andere snel genoeg? Zo niet: Mortimer Adler reikt u de hand in een gedegen ‘how to’ (1940; 1972). ♦♦♦
Met de beroemde ‘boekennar’, de eerste in het gezelschap narren dat Het Narrenschip van Sebastian Brant bevolkt, wordt de spot gedreven met boeken en boekenwijsheid (vert. E. Vandervoort, 2007): ‘Niet zomaar is het boek mijn maat Brant was trouwens niet de eerste die zich vrolijk maakte over lieden die zich op hun boekenbezit lieten voorstaan zonder ook maar enigszins profijt van diezelfde boeken te hebben. Onder anderen Plato (Phaedrus) en Lucianus (Contre un bibliomane ignorant) gingen hem voor. Aardige lectuur voor boekenliefhebbers. ♦♦♦ ‘O Rosalind! These trees shall be my books, ■ Shakespeare, As you like it III.2, The RSC Shakespeare (2007) Voor de liefhebber: dezelfde verzen in de The Norton Facsimile. The First Folio of Shakespeare (2de ed. 1996): ‘O Rosalind, these trees shall be my Bookes, In de vertaling van Willy Courteaux (3de, herz. druk 2007): ‘Dit woud, o Rosalinde, wordt mijn schrift, En tot slot in die van Jan Jonk (2008): ‘O Rosalind, dit woud wordt vast mijn boek,
Illustratie The Illustrated Stratford Shakespeare (1992; 1993): ‘Celia “Will you, Orlando, have to wife this Rosalind?”’ Bij gebrek aan een boekenbastplaatje. ♦♦♦ ‘[Reading] is a complex pleasure and a difficult pleasure; it varies from age to age and from book to book. But that pleasure is enough. Indeed that pleasure is so great that one cannot doubt that without it the world would be a far different and a far inferior place from what it is. Reading has changed the world and continues to change it. When the day of judgement comes therefore and all secrets are laid bare, we shall not be surprised to learn that the reason why we have grown from apes to men, and left our caves and dropped our bows and arrows and sat round the fire and talked and given to the poor and helped the sick — the reason why we have made shelter and society out of the wastes of the desert and the tangle of the jungle is simply this — we loved reading.’
■ Virginia Woolf, ‘The love of reading’, in: The Essays of Virginia Woolf Vol 5: 1929 to 1932. Edited by Stuart N. Clarke (2009). Het hele artikel is te lezen op de website van de The Guardian, waar het op 17 januari 2009 gepubliceerd werd. ♦♦♦ ‘Bookle’arned adj. [from book and learned.] Versed in books, or literature: a term implying some slight contempt. Whate’er these booklearn’d blockheads say, Solon’s the veri’st fool in all the play. Dryden’s Persius. He will quote passages out of Plato and Pindar, at his own table, to some booklearned companion, without blushing. Swift.’ Op dr. johnsons dictionary. ‘In celebration of the three hundredth anniversary of Johnson’s birth in 1709, a definition from the first edition of Samuel Johnson’s A Dictionary of the English Language (1755) will be posted each day for readers’ lexiconic delight on Dr. Johnson’s Dictionary, the Beinecke’s new word-a-day dictionary blog. Words will be taken from the annotated proof copy of the first edition, extra-illustrated with Johnson’s and his helpers’ manuscript corrections, held in the collections of Yale University’s Beinecke Rare Book and Manuscript Library.’ ♦♦♦
Op 18 oktober 2008 maakte Nicki Bullinga deze foto van een taart [!], in de etalage van een pastry shop in Oxford. Titel: Bookworms. Om óp te eten. ♦♦♦ ‘Hij was langzaam aan het doodgaan, zoals teringlijders doodgaan. Ik zag hem elke dag rond tweeën onder de hotelramen plaatsnemen, met zicht op de rustige zee, op een bank langs de promenade. Hij bleef dan een poosje roerloos in de zonnewarmte zitten, met trieste blik de Middellandse Zee bekijkend. Soms wierp hij ook een blik op het hoge gebergte met zijn nevelige toppen, dat Menton omgeeft, en vervolgens sloeg hij in een uiterst trage beweging zijn lange benen over elkaar, zo mager dat ze twee botten leken waaromheen de stof van zijn broek fladderde, en opende een boek, altijd hetzelfde. ♦♦♦
Een bijzonder fraaie uitgave kwam in februari 2008 van de persen van Uitgeverij Peeters te Leuven: Hout in boeken, houten boeken en de ‘fraaye konst van houtdraayen’, onder redactie van Luc Knapen en Leo Kenis. Klik hier of op het boekenrad, afkomstig uit de Sint-Pietersabij te Gent, voor een bespreking door Piet Offermans. Zie recensies voor meer besprekingen. John Kendrick Bangs (1862-1922) schreef een gedicht dat hier aardig bij aansluit: ‘Bookworm Ballads, a literary feast My Bookworm gave a dinner to a number of his set. “’Twill open,” he observed to me, “with quatrains on the half. “For fish, old Izaak Walton; and to serve as an entrée, “For game I’ll have Boccaccio — he’s quite the proper one; “And then for cheese, Max Nordau, for I think you’ll find right there “For olives and for almonds we can take the jokes of Punch — Uit zijn bundel Cobwebs from a library corner (1899). Meer van Bangs’ ‘bookish poems’ zijn te lezen op gutenberg. ♦♦♦
‘Lesen is ein himmlisches Vergnügen!’ ♦♦♦ John Maxwell Hamilton laat zijn Casanova was a book lover and other naked truths and provocative curiosities about the writing, selling, and reading of books (2000) voorafgaan door ‘Very advance praise’, van onverdachte figuren: ‘An excellent book, relatively speaking.’ — Albert Einstein Wat had Casanova met boeken?, vroeg Hans van den Bergh van boekendingen zich af. Hij vond het antwoord bij niemand minder dan Ed Schilders: mooi verhaal. ♦♦♦ ‘That I can read and be happy while I am reading, is a great blessing. Could I remember, as some men do, what I read, I should have been able to call myself an educated man. But that power I have never possessed. Something is always left, — something dim and inaccurate, — but still something sufficient to preserve the taste for more. I am inclined to think that it is so with most readers.’ ‘Wie nooit iets gelezen heeft van vrouwen als Jane Austen, George Eliot, Emily en Charlotte Brontë, Virginia Woolf en Hella Haasse (om er maar een paar te noemen die mijn leven mede hebben bepaald), kan eigenlijk aan rechtspreken niet toekomen omdat hij niet weet hoe vrouwen, die de helft van de mensheid uitmaken, denken en voelen.’ ♦♦♦ Ed Schilders heeft voor de boekenweek 2008 ‘16 boekenverzen uit 1937’ bij elkaar gezet, mooie teksten over lezen, afgewisseld met prenten waarin het boek de hoofdrol speelt. Het laatste vers is getiteld ‘In de wolken’: Zóó in 't boek verzonken wezen, Waarna de ‘zwemlezer’ de pagina afsluit:
♦♦♦ ‘Misschien zal ik nog eens kennis over de dingen krijgen, of heb ik die vroeger gehad, toen ik bij toeval op passages stuitte waar ze werden opgehelderd. Maar dat herinner ik mij niet meer. Want ook al lees ik nogal wat, er zit geen bodem in dit vat.’ ♦♦♦ Ingezonden door Jaap Engelsman, uit: NRC Handelsblad 5 april 2008:
♦♦♦ Mooie 1 april-grap op fabula (al weer weggehaald): ‘Interdiction de lire dans les lieux publics (projet de décret) Qui n'a jamais eu à souffrir de la distraction d'un lecteur absordé [sic!] dans son livre au point d'en oublier l'entourage immédiat? Dans les transports en commun, aux terrasses des cafés, ou même sur la voie publique, la lecture fait depuis trop longtemps des ravages (enfants ou conjoints délaissés, distractions perpétuelles…). Soucieux d'épargner à la société les méfaits de cette activité, le gouvernement prépare un projet de loi portant l'interdiction de lire dans les lieux publics, qui devrait logiquement s'étendre aux bibliothèques elles-mêmes. Les bibliothécaires y sont depuis longtemps favorables, seuls les libraires et le syndicat du livre disent envisager d'ores et déjà un recours devant la Cour européenne des droits de l'homme.’ ♦♦♦ ‘Le vieux marchand de draps, qui avait beaucoup d’enfants et ne songeait qu’à l’utile, voyait avec un chagrin mortel ce fils perdre son temps à lire.’ ‘Qu’on juge de l’effet de Don Quichotte au milieu d’une si horrible tristesse! La découverte de ce livre, lu sous le second tilleul de l’allée du côté du parterre dont le terrain s’enfonçait d’un pied, et là je m’asseyais, est peut-être la plus grande époque de ma vie.’ ‘[...] mon seul plaisir en lecture était Shakspeare [sic] et les Mémoires de Saint-Simon, alors en sept volumes, que j’achetai plus tard en douze, éd[itio]n avec les caractères de Baskerville, passion qui a duré comme celle des épinards au physique et qui est aussi forte pour le moral à cinquante-trois qu’à treize ans.’ ■ Citaten uit Stendhals autobiografische Vie de Henry Brulard (1836), geciteerd naar de editie door Béatrice Didier, 1973, resp. hoofdstuk 5, 9 en 34 (JE) ♦♦♦ In ‘Curiosa’, de snood om hals gebrachte column van Ed Schilders in de Volkskrant, schreef hij (26 mei 1990) naar aanleiding van Canfora’s Het ware verhaal van de Alexandrijnse bibliotheek (1990): ‘Sommige verhalen zijn blijkbaar zo onweerstaanbaar dat niemand, zelfs de wetenschapper niet, het kan laten ze opnieuw te vertellen. Zo’n onweerstaanbare vertelling is ook het verhaal over de lotgevallen van de bibliotheek van Alexandrië.’ En: ‘Niets laat [Canfora] na om ons ervan te overtuigen dat die onweerstaanbare geschiedenis, de ziel van zijn boek, de onbevlekte waarheid is. Brand in Alexandrië, de boekrol als centrale verwarming.’ Vervolgens gaat Schilders over tot het haarfijn fileren van die waarheid. What Happened to the Ancient Library of Alexandria? is de titel van een nieuw deel in de reeks ‘Library of the written word’ van uitgeverij Brill, onder redactie van Mostafa El-Abbadi en Omnia Fathallah en met een voorwoord van Ismail Serageldin. Samenvatting en inhoudsopgave zijn hier in te zien. Twee artikelen hebben de ontmaskering van de legende tot onderwerp: van Qassem Abdou Qassem is ‘The Arab Story of the Destruction of the Ancient Library of Alexandria’, en Bernard Lewis schreef ‘The Arab Destruction of the Library of Alexandria: Anatomy of a Myth’. ■ Tot het beoogde lezerspubliek behoren ook ‘educated laymen’. Maar of die bereid zijn om voor 282 pagina’s € 99,- euro neer te tellen? Online is een mooi artikel van James Hannam over de bibliotheek en de mythe te lezen. ♦♦♦ ‘Oude mensen lezen graag en dus zijn er veel boeken over ouderdom.’ ♦♦♦ ‘Ik ben er al vroeg van overtuigd geraakt dat ik door te lezen tot het betere begrip [hoe te leven] zou komen. En ik verheugde mij er op eens een rijk voorzien geheugen te hebben. De boeken die ik het liefst las blaakten van deze rijkdom. Vestdijk, Nabakov, Borges, Proust waren mijn eerste prozahelden [...] ik deed eigenlijk weinig anders dan lezen. En nog altijd is lezen voor mij wat wind is voor een zeilboot. Als ik niet lees gebeurt er niets [...] maar als ik lees (of luister naar een verhaal) gebeurt er écht iets. En dankzij het gelezene (het vertelde) wordt mijn leven soms reëel.’ ♦♦♦ ‘Bij een handelaar in oude meubelen vond ik tussen het stof de eerste editie van Sésame et les Lys, Marcel Prousts Ruskin vertaling [sic, JE]. Ik zei dat ik de zaak niet zonder dat boek wilde verlaten, hoewel die stelligheid mij bij het onderhandelen over een prijs niet ten goede zou komen. “Maar dan neemt u dat boek toch gewoon mee”, zei de meubelhandelaar. “Ik doe in meubelen, niet in boeken. Als u dat boek wilt hebben, dan is het van u.”’ ♦♦♦ ‘Het is een mooie zin bijna aan het begin van een studie over randschriften in Engelse boeken uit de Renaissancetijd: “De Elizabethaanse tijd had evenveel woorden voor lezen als de spreekwoordelijke Eskimo’s voor sneeuw.” Wat een leescultuur! Ernaast staat een embleem van twee geleerde heren met boeken; de spreuk luidt, in het Latijn: Usus libri, non lectio prudentes facit, ‘Het gebruik, niet het lezen van boeken maakt ons wijs.’ Used Books heet dan ook de studie; to use is een van de woorden voor lezen, veel omvattender dan het laatste. ♦♦♦ Marc Fumaroli (1932) houdt een pleidooi voor het lezen van de klassieken. De beeldkwaliteit van de video is niet geweldig, maar eenmaal het venster geminimaliseerd blijft alleen de stem van Fumaroli over, en die spreekt op een aangename doceertoon. ♦♦♦
‘Paris capitale des livres’ in de Bibliothèque historique de la ville de Paris richt zich ‘tant aux amoureux de Paris qu’aux amateurs d’histoire et aux bibliophiles’. De tentoonstelling is na 3 februari 2008 niet meer, het affiche blijft. ♦♦♦ ‘Men praatte over politiek, schold op Engeland, beklaagde het door partijen verdeelde Spanje, uitte zijn medelijden met het gedegenereerde Italië en het verslagen Polen. De dames zeiden niets of babbelden over literatuur, wat op hetzelfde neerkomt.’ ♦♦♦ Sur la lecture ‘“Er zijn misschien geen dagen in onze kindertijd die wij zo intens beleven als die waarvan wij dachten dat we ze niet echt beleefden: de dagen die wij doorbrachten met het lezen van een uitverkoren boek”. Zo begint Journées de lecture. In lange, duizelingwekkende zinnen, vol spitsvondige metaforen beschrijft Proust in detail de sfeer waarin hij zich als kind overgaf aan het plezier van het lezen. Want wat ons van het lezen immers vooral bijblijft is, zo betoogt hij, “het beeld van de plaatsen en de dagen waarop wij lazen”.’ Aldus een beschrijving op de website van de koninklijke bibliotheek. ■ In zijn inleiding bij John Ruskins Sésame et les lys (vertaling van Sesame and Lilies, 1864-1865) stelde Proust zich de vraag wat lezen eigenlijk betekende voor de mens. In Sur la lecture (zoals de titel van deze inleiding uit 1906 oorspronkelijk luidde) ‘Proust défend l’idée que la lecture ne vaut pas pour elle même, mais pour le seuil qu’elle permet de franchir vers soi’. In zijn geheel te beluisteren op teleramaradio, en als pdf te downloaden van la bibliothèque électronique du québec. ♦♦♦ ‘[...] Een andere vorm van intelligentie en zelfverdediging bestaat hierin dat je zo weinig mogelijk reageert en dat je je onttrekt aan situaties en omstandigheden waarin je veroordeeld zou zijn je “vrijheid”, je initiatieven als het ware weg te geven en louter reagens te worden. Ik neem als gelijkenis de omgang met boeken. De geleerde die feitelijk alleen nog in boeken “snuffelt” — een filoloog voorzichtig geschat zo’n 200 per dag — verliest ten slotte geheel en al het vermogen oorspronkelijk te denken. Snuffelt hij niet, dan denkt hij niet. Hij antwoordt op een prikkel (— een gedachte die hij gelezen heeft) als hij denkt, — hij reageert ten slotte alleen nog maar. De geleerde besteedt al zijn energie aan het ja en nee zeggen, aan de kritiek op het reeds gedachte, — hij zelf denkt niet meer... Het instinct van zelfverdediging is bij hem murw geworden; anders zou hij zich wel tegen boeken te weer stellen. De geleerde — een decadent. — Dat heb ik met eigen ogen gezien: begaafde, van aanleg rijke en vrije naturen, al tussen de dertig en veertig “naar de bliksem gelezen”, enkel nog lucifershoutjes die je moet afstrijken om ze vonken — ‘gedachten’ te laten afgeven. — ’s Morgens vroeg bij het aanbreken van de dag, in alle frisheid, in het morgenrood van je kracht, een boek lezen — dat noem ik liederlijk!’ ♦♦♦ ‘Studeerenden en gestuurdeerde [sic] menschen van elke soort en elken leeftijd gaan in den regel alleen op kennis uit; niet op inzicht. Zij stellen er een eer in alles te weten, van alle steenen, of planten of veldslagen of experimenten en vooral van alle boeken. Dat de kennis een middel zonder meer tot het inzicht is, op zichzelf echter weinig of geen waarde heeft, valt hun niet in, is daarentegen de denkwijze die het wijsgeerige denken karakteriseert. Bij de geweldige geleerdheid van die veelweters, zeg ik wel eens tot me zelf: o, hoe weinig moet iemand toch te denken hebben gehad, opdat hij zooveel heeft kunnen lezen! Zelfs als ik van den ouderen Plinius hoor, dat hij steeds las, of zich liet voorlezen, aan tafel, op reis, in het bed, dringt de vraag zich aan mij op, of dan de man zoo’n groot gebrek aan eigen gedachten heeft gehad, dat hem zonder oponthoud vreemde moesten worden bijgebracht [...]’ ♦♦♦ ‘[...] En de achterste wand van dit kamertje was geheel bedekt door een groote boekenkast; daar stond namelijk de “gemeentelijke bibliotheek” van Sichem. Nog nooit had de Witte zooveel boeken bijeen gezien. Hij herkende ze nochtans zeer wel. ’s Winters liet vader daar ook boeken halen, maar de Witte had er nooit de handen mogen aansteken. Jongens van zijn jaren, meende vader, moesten enkel zorgen goed hun catechismus te kennen. En nadat de Witte van de drie onderste rijen al de verschillende titels had gelezen, die in vergulde letters op den rug van ieder boek stonden gedrukt, trok hij er een uit waarvan de titel hem meer scheen te zeggen dan al de andere: De Leeuw van Vlaanderen. Het woord ‘Leeuw’ maakte op de Witte altijd een diepen indruk. En de Witte begon daar in dat stille koele rommelkamertje, gezeten op een hoop oude schoolboeken, te lezen, te lezen dat zijn kop er van gloeide, dat hij uur en tijd vergat. En toen het gestommel in de klas daarnaast hem aankondigde dat het vier uur was, en hij den meester eveneens de klas hoorde uitstappen, foefelde hij het boek onder zijn jasje, deed zachtjes de deur van 't kamertje open, ritste de klas uit, en liep in één roef tot aan het veld naast zijn huis. En daar kroop de Witte het koren in, en las voort tot het donker werd en hij naar huis moest. ■ Uit Ernest Claes, De Witte (1928). Alles lezen kan op de dbnl. (JE) ♦♦♦ ‘Van sommige [hout-]blokken herken ik de historie, wat me een onbeschrijfelijk gevoel van voldoening geeft. ’s Avonds lees ik Zwarte mis, het fel beschenen boek van John Gray. Hoewel ik mezelf als een belezen middenklasser beschouw, merk ik dat ik veel te weinig weet van de grote, officiële geschiedenis. Dat compenseer ik met mijn kennis van de geschiedenis van de houtblokken.’ ♦♦♦ De Nouvel Observateur heeft onlangs een boekenwebsite gelanceerd: bibliobs. Wie vooral is geïnteresseerd in ‘essais’ houdt het op die bladzijde; andere categorieën zijn bijvoorbeeld ‘beaux livres’, ‘documents’ en ‘jeunesse’. Vooral reageren op het gebodene, is de bedoeling, schrijf je eigen recensie. En nooit meer klagen dat je niet gehoord wordt. ♦♦♦
De Codex Gigas of Duivelsbijbel dankt zijn naam aan zijn enorme omvang, 89,5 x 49 cm, gewicht 75 kilo, en aan de grote afbeelding van een duivel in het manuscript, dat tussen 1200 en 1230 in Bohemen gemaakt is. Op de voorbeeldige website van de Koninklijke Bibliotheek van Stockholm die aan dit monnikenwerk gewijd is, zijn alle bladen digitaal te bewonderen, en zodanig te vergroten dat de tekst zeer goed te lezen is. Puur genot is ook de grote hoeveelheid informatie over deze bijzondere ‘uitgave’: alleen die al rechtvaardigt een langdurig virtueel bezoek aan de Zweedse Koninklijke Bibliotheek. ♦♦♦ ‘Natalja moest [...] iedere morgen geschiedenisboeken, reisbeschrijvingen en andere opbouwende werken lezen [...]. De boeken werden uitgekozen door [haar moeder] Darja Michajlowna, die daarbij voorgaf een eigen speciaal systeem te volgen. In werkelijkheid gaf ze Natalja eenvoudig alles wat haar een Franse boekhandelaar in Petersburg toezond, met uitzondering uiteraard van de romans van Dumas-fils en Co. Die romans las Darja Michajlowna zelf.' ♦♦♦ De Britse humorist P.G. Wodehouse had voor de Tweede Wereldoorlog met veel succes korte verhalen en feuilletons gepubliceerd in de Verenigde Staten. Na de oorlog was er in het Amerikaanse literaire wereldje veel veranderd. Op 1 november 1946 schreef Wodehouse — vanuit een hotel in het Pavillon Henri Quatre in Saint-Germain-en-Laye, het huis waar Lodewijk XIV geboren was — aan een vriend, naar aanleiding van Pipe night, het nieuwste boek van John O'Hara: ‘What curious stuff the modern American short story is. The reader has to do all the work. The writer just shoves down something that seems to have no meaning whatever, and it is up to you to puzzle out what is between the lines. “Stories about gangsters, politics, regional problems. Stories with historical settings. Military stories, World War Two. Stories with a college background. Sex stories. Stories with smart-alec dialogue. Stories in which characters drink. Stories with a newspaper background. Dialect stories. Stories about writers or editors or advertising men. Radio stories. Stories about religion. Stories concerning insanity. Crime stories. Mistaken identity stories. Stories of the First World War. Stories about adolescent characters.” Apart from that, you're as free as the birds in the tree tops and can write anything you like.’ ■ P.G. Wodehouse, Performing flea (1953) (ed. 1961, p. 166). (JE) NB Lees ook het artikel van Stephen King over de zorgelijke toestand waarin de hedendaagse ‘American short story’ zich bevindt. (MB). ■ King constateert onder meer: ‘In too many cases, that audience [nl. de lezers van korte verhalen, JE] happens to consist of other writers and would-be writers who are reading the various literary magazines (and The New Yorker, of course, the holy grail of the young fiction writer) not to be entertained but to get an idea of what sells there.’ ■ Vergelijk wat Wodehouse (Performing flea, pp. 105-106) op 7 november 1936 schreef over de achteruitgang van de Britse tijdschriften voor korte verhalen: ‘I think the reason the English magazines die off like flies is that the editors are wondering timidly all the time what their readers are going to like, and won’t take a chance on anything that isn’t on exactly the same lines as everything else they have ever published.’ Daartegenover stelde hij als lichtend voorbeeld G.H. Lorimer van de Amerikaanse Saturday Evening Post, die ‘has always had an unswerving faith in his own judgement’. (JE) ♦♦♦ Alberto Manguel, die hier zeker geen introductie behoeft, is een groot lezer. In Faicts & Dicts 35 (in de leeszaal) is al aangehaald zijn devies lys ce que voudra, lees wat je wilt. Het staat op de deur naar zijn bibliotheek in een oude pastorie op het Franse platteland. [zie ook in geschrifte nr. 7] ♦♦♦ Op de prachtig vormgegeven website van gallimard zijn fragmenten uit de nieuwe boeken van najaar 2007 te beluisteren en interviews met auteurs te bekijken. Een abonnement op hun ‘newsletter’ is mogelijk. (Zie ook montaigne.) ♦♦♦ De historicus David Oshinsky schrijft in de ‘Sunday Book Review’ van The New York Times (9 september 2007) over de Amerikaanse uitgeverij Knopf die — als elke uitgeverij — wel eens heel verkeerde inschattingen maakt(e) bij het beoordelen van een manuscript. ■ ‘No thanks, Mr. Nabokow’, zoals de titel van het artikel luidt, begint met een wel heel wrang geval: ‘In the summer of 1950, Alfred A. Knopf Inc. turned down the English-language rights to a Dutch manuscript after receiving a particularly harsh reader’s report. The work was “very dull,” the reader insisted, “a dreary record of typical family bickering, petty annoyances and adolescent emotions.” Sales would be small because the main characters were neither familiar to Americans nor especially appealing. “Even if the work had come to light five years ago, when the subject was timely,” the reader wrote, “I don’t see that there would have been a chance for it.”’ De ‘reader’ had het dagboek van Anne Frank voor zich liggen... ■ Lees verder in The New York Times. ♦♦♦ boekendingen is een rijk gevuld weblog van Hans van den Bergh, die op 3 september 2007 een fraai bericht over ‘de lezende kip’ en rabelais.nl plaatste. Ook anderszins zeer de moeite waard; boekenliefhebbers abonneren zich dus op een rss feed. ♦♦♦ ‘Vroeger snoepten wij in Frankrijk smeerkaasjes van La Vache qui rit, nu lezen wij bij La Poule qui lit...’ ♦♦♦ prosexpress stelt een bijzondere manier van lezen voor: ‘une promenade hypertexte dans un domaine esthétique encore neuf, peu formalisé, celui des proses narratives ultra-courtes. Ce sont des extraits complets, conçus comme tels par leur auteur, mais une invite évidemment à lire en entier le livre chaque fois indiqué d'où ces textes proviennent’. Dat Rabelais op de leeslijst figureert is vanzelfsprekend. ♦♦♦ ‘[Vestdijk] was geen gemakkelijke auteur, stelde hoge eisen aan de eruditie van de lezer. Je moet wel wat weten om in zijn boeken door te dringen. Dat gaat in de loop der decennia door het gebrekkige onderwijs in de literatuur- en kunstgeschiedenis verloren. De immense vreugde van het lezen gaat verloren. Ik kan me niet voorstellen dat mensen moeten worden gedwongen om een boek te lezen. Doodjammer. [...] Lezen is, denk een talent. Niet iedereen kan het, echt lezen. Dat heeft ook te maken met je eigen mogelijkheid tot uitbreiding van je werkelijkheid. Daar heb je een gave voor nodig die niet iedereen heeft, of hoeft te hebben. Daar kun je iemand niet toe dwingen. Het is iets anders dan een telefoonboek lezen, of de krant.’ ♦♦♦ Diderot Martin de Haan houdt een kort maar warm pleidooi voor het lezen van Diderot (in de Pléiade-uitgave): ‘sla het voorwoord, de noten en alle andere onzin over, begin te lezen en je bent verkocht’.
Gallimard ‘J'ai aimé ce métier parce que j'aimais les livres, j'aimais les collectionner. Aujourd'hui, les bourgeois ne s'intéressent plus aux livres. Nous sommes loin de l'époque de mon grand-père, où des abonnés achetaient toutes les nouveautés, dont un exemplaire du premier tirage leur était réservé. C'est fini. Ce qui intéresse les gens, ce sont les écrans plasma et les home cinémas.’ ♦♦♦ [krantenbericht, eind april 19..] Vroege bezoeker op de koffie [oftewel hoe boekenkisten haar eer redden] Nijmegen — Een paar goed gevulde boekenkisten hebben gistermorgen waarschijnlijk voorkomen dat een 19-jarig meisje werd aangerand in haar eigen kamer aan de St. Annastraat. Het verhaal klopt, behalve dit: het meisje wilde haar deur wel op slot doen, maar kon dat niet omdat betreffend slot kapot was. Zij was net verhuisd en van de regen in de drup gekomen: van een piepkleine, brandgevaarlijke kamer naar een grotere, maar anderszins gevaarlijke. Moraal van het verhaal: hoed u voor huisjesmelkers en laat na een verhuizing altijd wat boekenkisten onuitgepakt... ♦♦♦ Classicus en emeritus hoogleraar leerpsychologie Rogier Eikeboom richtte de Stichting Panta Menei op om hoogtepunten uit de literatuur toegankelijk te maken voor hen die niet geverseerd zijn in de taal van, bijvoorbeeld, Homerus of Poesjkin: een mooi iniatief. Op voorraad bij Boekhandel Roelants. ♦♦♦
Jean François Champollion (en misschien de Engelsman Thomas Young; lees bijvoorbeeld het ongemeen goed geschreven en zelfs voor leken goed te volgen The code book: the science of secrecy from ancient Egypt to quantum cryptography van Simon Singh, 1999) ontcijferde het hiëroglyfenschrift — elk schoolkind weet het — met behulp van de in 1799 gevonden ‘Steen van Rosetta’. Een soldaat uit het leger van Napoleon vond de steen in de buurt van fort St. Julien, waar hij gelegerd was. Na de overwinning van de Engelsen op de Fransen in 1801 werd de steen als oorlogsbuit afgeleverd bij het British Museum, waar hij zich nog steeds bevind — ondanks herhaalde verzoeken van Egypte om dit voor hen zo waardevolle stuk af te staan. Zelf noemt het museum het trouwens ‘high profile acquisitions [as the Rosetta Stone and other antiquities from Egypt (1802)]’. ■ Onlangs werd bekend dat de Egyptische regering het nog eens probeert: zij wil hem een paar maanden in bruikleen voor de eerste expositie in het nieuwe Grand Egyptian Museum, dat in 2012 geopend zou moeten worden. ■ Nu wil het toeval dat we afgelopen juni (2007) in Figeac, geboorteplaats van Champollion, het prachtige ‘Place de l’Ecriture’ bezochten, ingericht door de Amerikaanse kunstenaar Joseph Kosuth. Op een intieme binnenplaats ligt een enorme steen van Rosetta in graniet: indrukwekkend, en erg mooi. De foto hierboven toont de steen op zijn kop, door de lichtspiegeling konden we er niet meer van maken. ♦♦♦
Inspelend op de altijd kortdurende actualiteit een kleine aanvulling op het artikel dat Roelof van Gelder schreef over Anne Goldgars Tulipmania (NRC 20 juli 2007). De mythe van de tulpomanie ontkracht, lang leve de mythe, zou je kunnen concluderen. Maar Rosalind Lakers The Golden Tulip (1991) heeft met de tulpengekte, in tegenstelling tot wat Van Gelder in zijn slotregels vermoed, niets te maken. Het is gewoon een geslaagde historische roman over een vrouw die, gehuwd met een tulpenbollenkweker — dat wel —, deze verlaat om in de leer te gaan bij Vermeer. Acht jaar later deed Tracy Chevalier iets soortgelijks met Girl with a pearl earring. ♦♦♦
Shakespeare ‘Alweer een nieuwe Shakespeare-editie? Jazeker, en een die er waarachtig toe doet. Twee kenners presenteren een schoon-gemaakte herdruk van de “First Folio”, met de stukken zoals ze ooit gespeeld werden. Eerherstel voor de Bard als denker en theatermaker.’ Aldus David Rijser in zijn bespreking in NRC Handelsblad van 6 juli 2007 van de prachtige Shakespeare-editie die onlangs het licht zag. Het is een uitbundig boek te noemen, en een dat niet nalaat te verbazen door zijn grondigheid. Beslist een aanrader. ♦♦♦ Een liseuse, zo vertelde de leerbewerker die er — in Martel — de kost mee verdiende, is gewoon een protège-livre. Maar je kúnt het omslag natuurlijk ook als cache-livre gebruiken... Ik viel er onmiddellijk voor, al is het formaat slechts geschikt om er een dunne pocket in te lezen. Kijk op liseuses voor een tentoonstelling in de maak. ♦♦♦ ‘Als ik genoeg heb van het ene boek, neem ik een ander; en ik geef mij er alleen dan aan over als het nietsdoen mij gaat vervelen.’ ♦♦♦ ‘Lezen in bed krijgt nieuwe dimensies’, kopte de papieren man op 1 juni 2007. Het gaat om een bijonder aardig project: Sleepless. ♦♦♦ Met ‘Ce livre de la vie est le livre suprême’ begint een fraai grafschrift dat niet alleen naar vorm maar ook naar inhoud het boek als onderwerp heeft. Een selectie van grafboeken, alle gemaakt in één gehucht in Frankrijk, dat nu hooguit 20 zielen telt, maar op zijn begraafplaats heel wat gedenkstenen in de vorm van een boek. [Foto’s: Monique Bullinga] ♦♦♦
In Figeac mochten we een boekbindster aan het werk fotograferen. ♦♦♦
De taaladviesdienst maakte de leden van een besloten mailgroep opmerkzaam op een — voor mij — nieuw fenomeen, dat van het stapelgedicht. Max Dohle verzamelt ze op zijn blog over stapelgedichten; daar zijn tevens de ‘spelregels’ te lezen. Natuurlijk werd ook ik door het virus aangestoken: Een lot uit de loterij Het is jammer dat het bij het laatste boek om een vertaling gaat, want de oorspronkelijke titel luidt: Ces livres qu’on ne lit que d’une main (1991). ♦♦♦ Een van de vragen in de rubriek ‘Zelfportret’ in HP/De Tijd is: ‘Van wie heeft u het meest geleerd?’ Het antwoord van Marjolein Februari: ‘Van de boeken. Dat wordt onderschat. Men denkt dat je van het leven zelf veel leert, maar het mag weleens gezegd dat je ook van lezen veel opsteekt.’ ♦♦♦ [Video] Jaap Engelsman stuurde een link op naar een bijzonder geestig filmpje. Hoe lees je een boek? Tja, da’s ook best moeilijk. Mr. Bean daarentegen heeft de helpdesk niet nodig. Hij durft zich zelfs in een bibliotheek te begeven — gewapend met het juiste materiaal... ♦♦♦ Martin Sommer schrijft in de Volkskrant van 18 mei 2007 onder andere over Scoop — A novel about journalists van Evelyn Waugh en verhaalt de volgende anekdote over de journalist Corker, die achter een ‘scoop’ aan moet. ‘Om te voorkomen dat de concurrentie zijn primeur zou inpikken, telegrafeerde hij zijn artikel in het Latijn. Waugh was immers van voor de Mammoetwet. [Maar ook] daar rekent de werkelijkheid af met de gedachte dat alles vroeger beter was. De wereldprimeur werd op de redactie van de Daily Mail terzijde gelegd. Niemand kon hem lezen.’ ♦♦♦ ‘Alors même que je suis en train de lire, je commence à oublier ce que j’ai lu et ce processus est inéluctable, il se prolonge jusqu’au moment où tout se passe comme si je n’avais pas lu le livre et où je rejoins le non-lecteur que j’aurais pu rester si j’avais été mieux avisé.’ ♦♦♦ Ordening van boeken op kleur? Interieurtechnisch gezien vast zeer interessant. Alhoewel ik van een boek meestal wel weet hoe de rug eruitziet en ik het dus zó van de plank kan halen, zou ik al snel nergens meer zijn als de titels in mijn bibliotheek niet op genre en onderwerp, en vervolgens op chronologie of op alfabet zouden zijn gerangschikt. Nee, voor mij dus geen ‘Arranging Books by Color’. ♦♦♦ ‘En [Sapience Cornut] verloor zich in verheven politiek, ontvouwde plannen groot als de wereld, had het over de ziel van samenlevingen, leidde de universele republiek gebaseerd op de drie onwankelbare pijlers: vrijheid, gelijkheid, broederschap. ♦♦♦ ‘Zoals het vele lezen en leeren afbreuk doet aan het eigen denken; zoo ontwent het vele schrijven en onderwijzen de menschen aan de duidelijkheid en eo ipso [juist daardoor] aan de grondigheid van het weten en begrijpen.’ ♦♦♦ ‘I walked through tall gates into the cobbled courtyard within. On the far side, a queue of tourists still waited, late as it was, to get into the library [in Dublin] to see the Book of Kells, an eighth-century illuminated manuscript in Latin, stolen from Schotland, some said, by Irish monks [...]. It was obviously doing good business, though I’ve never been to see it myself. I was waiting for the paperback to come out.’ ♦♦♦ ‘“I didn’t know [him] that well,” Salvatore said. “We attended a few of the same conferences, contributed to some of the same symposiums and journals. He reviewed me once. Badly. Never give an academic a bad review, they’ll never forget it. We don’t make enough from our writings to put up with bad reviews.”’ ♦♦♦ Voltaire verblijft zomer 1740 in Den Haag als hij over de lagelanders dicht:
[omhoog, naar de sitemap of naar entree] Nota Bene ‘De lezende kip’, een moderne, in 1992 gemaakte gevelsteen in Amsterdam, is overgenomen van www.livius.org. Kijk zeker ook op amsterdamse gevelstenen van Onno Boers e.a.
|
|||||||||||||