|
Rondom Voltaire
Inhoud
Portret van Voltaire op 24-jarige leeftijd, door Nicolas de Largillière (1718). Uit: Album Voltaire. Iconographie choisie et commentée par J. van Heuvel. Bibliothèque de la Pléiade Voltaire online Introductie De Franse wikipedia geeft een aardige biografie van Voltaire. Een bezoek aan Château de Cirey levert een snel, want kort leven op. Cirey was gedurende 15 jaar de belangrijkste verblijfplaats van Voltaire. Hij kwam er in 1734 op uitnodiging van Emilie du Châtelet (over wie later), om er pas na haar dood in 1749 te vertrekken. Oeuvres Door het liefdewerk oud papier van Daniel Boudin is een groot deel van Voltaire’s werk online in te zien, in de editie bezorgd door Louis Moland (Garnier, Parijs 1877-1882). Boudin biedt ook een cd-rom aan die dezelfde teksten bevat, aangevuld met talloze extra’s die de cd nog aantrekkelijker maken. Koop hem — voor het lachwekkend lage bedrag van 50 euro — en ondersteun daarmee tevens Boudins werk. Een andere editie is trouwens voor gewone stervelingen niet weggelegd: ‘L'édition monumentale actuellement en cours à Oxford est malheureusement inabordable pour les particuliers par son coût prohibitif’, stelt hij terecht. ‘Combler le vide laissé par les éditeurs de l'écrit, telle est la motivation de la présente édition électronique.’ Aldus Boudin. ■ Er is nog een Voltaire op cd-rom, gebaseerd op het werk van de Voltaire Foundation; surf daarvoor naar voltaire électronique. Over deze cd-rom, ‘préparée par Andrew Brown et Ulla Kölving avec l'assistance de Robert McNamee’, stelt de Société Voltaire (zie hierna): ‘La Voltaire Foundation n'a malheureusement pas respecté son engagement de tenir à jour cette édition électronique.’ Voor de Oeuvres Complètes van de Voltaire Foundation in Oxford, waaraan Boudin refereert en waarvan het eerste deel in 1968 verscheen, moet je inderdaad ongeveer op de Quote-lijst staan. Klik hier voor een tot oktober 2007 bijgewerkte lijst van reeds gepubliceerde delen, en voor dezelfde lijst maar dan op alfabet. Op gallica is Voltaire ruim vertegenwoordigd, zij het niet in doorzoekbare documenten; daarvoor moet een beroep gedaan worden op gutenberg, dat echter alleen interessant is vanwege een aantal Engelse vertalingen. Ook op livropolis is een deel van het werk te vinden. Bibliografie Andrew Brown stelde een bibliografie samen van Voltaire’s (verzameld) werk, bij zijn leven verschenen. Een bibliografie op de Franse geschiedenissite Memo is niet up-to-date maar toch met name handig voor de secundaire literatuur.. Société Op de site van de in 2000 opgerichte Société Voltaire zijn onder meer de nummers (behalve de meest recente) van haar Bulletin te lezen, alsmede de samenvattingen van alle artikelen in de sinds 2002 verschijnende Cahiers Voltaire — ook maar in een bibliotheek zoeken, want met 32 euro per nummer zijn de cahiers nogal prijzig. ■ De tot nu toe verschenen nummers van La Gazette des Délices. La revue électronique de l'Institut et Musée Voltaire zijn in hun geheel te vinden op de site van de stad Genève. Divers Op littérature audio spreekt Olivier Gaiffe een ‘Lettre à M. Jean-Jacques Rousseau’ in; hier is ook Micromégas te downloaden als mp3. Het ‘oriëntaalse sprookje’ Le taureau blanc, een van de laatste werken die Voltaire schreef, is op teleramaradio te beluisteren. Een korte video waarin Ian Davidson zijn Voltaire in exile (2004) aankondigt is hier te bekijken (werkt niet in Opera). Actualiteiten De oude kluizenaar van Ferney Signalement van Voltaire, Briefwisseling met Catharina de Grote 1763-1778. Vertaald en ingeleid door Hannie Vermeer-Pardoen. Uitgeverij Van Gennep, Amsterdam 2010. 382 pp., € 39,95. Op 20 oktober 2010 wordt de Briefwisseling met Catharina de Grote 1763-1778 gepresenteerd. Het is de laatste Voltaire van Hannie Vermeer-Pardoen; inmiddels heeft zij zich op een andere geliefde auteur gericht. De vertaalster, redactrice Ellis van Midden en uitgeverij Van Gennep hebben er opnieuw een mooi, goed verzorgd boek van gemaakt. Prettige letter en opmaak, licht getint papier, en er is deze keer zelfs een namenregister opgenomen! Al is deze correspondentie van Voltaire naar mijn smaak niet zo rijk als die met Frederik de Grote, er valt toch het nodige te beleven. Met name de strijd tegen ‘de Turk’ krijgt veel aandacht, waardoor de lezer een verrassend, want heel persoonlijk inkijkje krijgt in wat het in de achttiende eeuw betekende om oorlog te voeren, allianties te smeden, verliezen te nemen en overwinningen uit te buiten. Terwijl Voltaire zich niet van zijn meest vredelievende kant laat zien, is Catharina over het algemeen vrij nuchter: de oorlog is noodzakelijk, maar liever had ze een vredesakkoord gesloten. Tussendoor werkt ze aan haar nieuwe wetboek, en verhindert het oorlogsgeweld haar evenmin om mooie kunstaankopen te doen. Voor veel geld. Voor zoveel geld dat Voltaire het in een brief van 14 januari 1772 presteert te vragen waar ze het toch vandaan haalt: ‘Sta mij toe Uwe Majesteit te zeggen dat u niet te volgen bent. Nauwelijks heeft de Oostzee voor zestigduizend daalder aan schilderijen verzwolgen die u voor uzelf uit Holland had laten komen, of u laat uit Frankrijk voor vierhondervijftigduizend franc aan schilderijen komen. [...] En dan koopt u ook nog ontelbare curiosa in Italië. Maar naar eer en geweten, waar haalt u al dat geld vandaan? Hebt u soms een greep in de schatkist van Moestafa gedaan, zonder dat de kranten daarover hebben gerept? Wij Fransen leven in vrede, maar we bezitten geen rooie cent.’ Daar geeft de vorstin een wijs, want ontwijkend antwoord op (brief 30 januari 1772): ‘U verbaast u over mijn aankoop van schilderijen. Ik zou er misschien beter wat minder kunnen kopen, maar een goede gelegenheid die je voorbij laat gaan, komt niet meer terug. Mijn centen en die van de staat zitten overigens niet in dezelfde pot en een grote staat krijgt alles voor elkaar, als er maar orde op zaken wordt gesteld. Ik spreek uit ervaring.’
Maar goed, je mag niet sniffen om het boek dat niet geschreven is, de brieven die niet gewisseld zijn. Wil je meer dan haal je het maar ergens anders. En dat is aan te raden, want wanneer je dit boek dichtslaat ga je zeker op zoek naar, bijvoorbeeld, een biografie van Catharina de Grote, of naar een geschiedenis van het Rusland van haar tijd. De oude Voltaire zelf, altijd krank en op sterven na dood, leren we uit deze brieven — ook — kennen als een uiterst serviele bewonderaar van de grote imperatrice. Althans, zo lijkt het. Want volgens Vermeer-Pardoen is die bewondering oprecht, ook al neemt deze ‘soms overdreven vormen’ aan, zoals zij in haar heldere inleiding schrijft. ‘In dat opzicht moeten we echter wel voorzichtig zijn, want wat we misschien aanzien voor onbeschaamde vleierij, hoort bij de brief van de achttiende eeuw. Het is een oude stijlfiguur, de zogeheten laudatio, die veelvuldig wordt toegepast’ (p. 15). Ook al ’laudeert’ Voltaire dan toch nog heel erg en heel erg veel, deze brieven zijn wél geschreven door twee grote geesten uit de verlichte eeuw, en daarom alleen al moet ook deze Voltaire-vertaling gewoon gekocht worden. Dat laatste mag bovendien, wat mij betreft, een klein eerbetoon zijn aan de vertaalkunde van Vermeer-Pardoen (1930), die met Gargantua & Pantagruel haar chef-d’oeuvre heeft afgeleverd, maar zeker ook Voltaire voor ons toegankelijk heeft gemaakt. Dat ziet er zó uit:
♦♦♦ “Toen hij klaar was, durfde Julien de boeken nader te bekijken. Hij werd bijna uitzinnig van vreugde toen hij een uitgave van Voltaire ontdekte. Vlug zette hij de deur van de bibliotheek open om niet te worden verrast. Daarna gaf hij zich over aan het genoegen om de vierentwintig delen stuk voor stuk open te slaan; ze waren prachtig gebonden. Alleen al dit meesterwerk van de beste binder uit Londen was meer dan voldoende om Juliens bewondering ten top te voeren.’ Actueel alleen maar omdat ik Stendhals Het rood en het zwart zojuist — tot mijn eigen verrassing met veel plezier — gelezen heb. Voltaire figureert er vaak in, maar dit citaat trok speciaal mijn aandacht: om welke editie zou het kunnen gaan? 24 Delen? De beste binder uit Lónden? ■ Bij leven van Voltaire komt maar één uitgave in aanmerking, die van Cramer en Panckoucke, de Collection complette des oeuvres de M. de Voltaire (1768-1777). Deze verscheen weliswaar in 30 delen, maar de eerste 24 werden door Cramer uitgegeven, de laatste zes waren voor rekening van Panckoucke; zie de hierboven al genoemde bibliografie van Andrew Brown. ■ J. Vercryusse zegt in de Dictionnaire général de Voltaire (2003) s.v. Oeuvres complètes: ‘Les éditions qui suivirent celle de Kehl [...] ont repris tous ces éléments qui ont également servi de base à une extraordinaire explosion d’éditions diverses au cours du premier quart du XIXe siècle.’ .
Die in mijn bezit, 75 dln. in-octavo uit 1827, mag ik daar ook nog wel wel toe rekenen. Qua uiterlijk haalt deze het daarentegen niet bij de door Julien Sorel beschreven editie, die — het blijft natuurlijk een roman — misschien alleen maar in de dromen van Henri Beyle bestond. ♦♦♦
Twee dagen geleden, op 10 februari 2010, verscheen bij Flammarion een nieuwe editie van Voltaires fameuze Dictionnaire philosophique. Voor slechts €7,80 (plus porto) te bestellen. Als bekend verzorgde Hannie Vermeer-Pardoen in 2001 de Nederlandse (ingeleide en geannoteerde) vertaling van deze immer actuele tekst. ♦♦♦ Twee vliegen in één klap. Pierre-Jean de Béranger (1780-1857) schreef een ‘Baptême de Voltaire’, waarin Rabelais een niet onaanzienlijke rol speelt. Air: Les cloches du monastère La foule encombre l’église; Le curé parle au vicaire: Ah! crie un chanter, j’espère A la marraine un beau prêtre De sa mère, ajoute un diacre, Mais du ciel tombe un fantôme! Nous nommons François-Marie Dans ce marmot, tête énorme, Ce Rabelais, qu’on l’arrête! Le fantôme, qui s’envole, Noot: ‘Voltaire, né en février 1694, était si frêle qu’on se contenta de l’ondoyer en famille. Son baptême n’eut lieu qu’en novembre de la même année, à Saint-André des Arts. Son père, notaire d’abord, devint trésorier de la cour des comptes.’ Met dank aan Martin Hulsenboom; hij ontdekte het lied (ook te vinden op gallica) en tikte het voor ons over. ♦♦♦
Van 21 mei tot 20 september 2009 was te zien: Voltaire en tête(s). Exposition autour d’une collection particulière: trois siècles d’images de Voltaire. De tentoonstelling, ingericht door Andrew Brown, Lucien Choudin en Alex Décott, in het Château de Voltaire te Ferney-Voltaire, is vrij toegankelijk. Op dit afiche nadere informatie over plaats en openingstijden. ♦♦♦ In de Beinecke Rare Book & Manuscript Library van Yale University wordt een frontispiece beschreven dat onderdeel is van Claude Petit-Jehan, Virgile goguenard etc. ( Beinecke library). De beschrijving van de prent luidt: ‘View of a dressing room with attendants; bookshelves with identified volumes including Homer and Voltaire.’
Nu zou Voltaire raar opkijken zich, al was het maar op de rug van een boek, in dit gezelschap terug te vinden. Virgile goguenard, ou, Le douziesme liure de lEneide trauesty : (puisque trauesty y a) is namelijk gepubliceerd in 1652, terwijl Voltaire pas 42 jaar later het levenslicht zag. Inzoomen op de prent heldert het misverstand op:
Niet Voltaire, maar Vincent Voiture (1598-1648) staat naast Villon, Coccaius, Marot Saint-Gelais, en anderen op de boekenplank. ♦♦♦ Op 14 november 2008 werd in Parijs een studiedag georganiseerd rond de Dictionnaire philosopique van Voltaire (in 2001 door Hannie Vermeer-Pardoen in het Nederlands vertaald). Inmiddels zijn de bijdragen te downloaden van fabula colloques. ■ Van Anne-Marie Garagnon verscheen Cinq études sur le style de Voltaire (2008); het boek telt 160 pp. en kost € 19,50. ♦♦♦ Op 16 oktober 2008 verschenen: Voltaire and the 1760s. Essays for John Renwick. Sous la direction de Nicholas Cronk. Voltaire Foundation, coll. ‘Studies on Voltaire and the Eighteenth Century (SVEC)’, 2008:10, 293 pp. ‘The 1760s is a pivotal decade for the philosophes; they came to dominate key literary institutions such as the Comédie-Française and the Académie française, and their enlightened programme became more widely accepted. Many of the essays in this volume focus on Voltaire, revealing him as a writer of fiction and polemic who, during this period, became increasingly interested in questions of justice and jurisprudence. Other essays examine the literary activities of Voltaire's contemporaries, including Jean-Jacques Rousseau, Chamfort, Rétif, Sedaine and Marmontel.’ Op fabula is ook een inhoudsopgave te lezen. En daar zult u het waarschijnlijk mee moeten doen, want dit boek is, als alle uitgaven van de Voltaire Foundation, onbetaalbaar. ♦♦♦
Gravure van Augustin de Saint-Aubin (1775) naar een schets van Vivant Denon ♦♦♦ In december 2008 verscheen bij Van Gennep opnieuw een Voltaire-vertaling van Hannie Vermeer-Pardoen: Het nut van de filosofie. Dialogen van Euhemeros. De twaalf dialogen tussen de filosofen Kallikrates en Euhemeros verschenen in 1777, een jaar voor Voltaires dood. ‘Het wordt zijn filosofisch testament’, aldus de vertaalster. Na de dikke pillen waarmee we verwend zijn wordt dit een boek van geheel andere omvang: het telt 126 blz. en kost € 14,95,-. ■ Opnieuw mochten we een voorpublicatie opnemen. Onderstaand fragment komt uit de laatste dialoog; voor de overige: spoed u naar de boekhandel! [omhoog] ‘Kallikrates Men beweert dat de goden Sicilië met de gave van het graan hebben gezegend en dat het zich van ons vandaan over een gedeelte van de aarde heeft verspreid; de epicuristen geloven daar niets van; zij zijn ervan overtuigd dat de goden het te druk hadden met lekker eten en drinken om aan ons eten te denken; en inderdaad, als Ceres ons koren had gegeven, had ze ons ook wel een windmolen cadeau kunnen doen. Euhemeros Wat mij betreft, ik zal er altijd van overtuigd blijven dat niet Ceres koren naar Syracuse heeft gebracht, maar dat de grote Demiurg de mensen en de dieren het voedsel en de vaardigheden heeft gegeven die nodig zijn om hun korte leven in stand te houden, al naargelang het klimaat waarin Hij hen geboren heeft doen worden. De volken die aan de oevers van de Seine en de Donau wonen, beschikken niet over de verrukkelijke vruchten die in de buurt van de Ganges groeien. De natuur doet bij hen niet die zo smakelijke en voedzame rijst groeien, waarvan de smaak nog wordt versterkt door de specerijen en het rietsuiker van Indië. Ons Noord-Europa moet het stellen zonder die mooie palmen waar heel Azië vol mee staat, zonder al die verschillende soorten goudkleurige appels die zulk lichtverteerbaar voedsel vormen en waarvan men zo’n verfrissende drank kan maken. Uitgestrekte landstreken waarvan Alexander slechts de grenzen heeft gezien, hebben kokospalmen toebedacht gekregen, waar u wel van gehoord zult hebben; de vrucht ervan levert een noot op die veel lekkerder is dan ons brood en onze honing, een drank die beter smaakt dan de beste wijn, olie voor de lampen en een heel harde schaal waarvan vazen worden gemaakt en allerlei kleine sieraden; van de draadvormige schors eromheen wordt doek geweven dat in de vorm van een zeil wordt gesneden; van het hout worden schepen gemaakt en huizen, en de brede, dikke bladeren dienen als dakbedekking voor die huizen. En zo worden hele volken, aan wie de aarde deze geschenken met gulle hand geeft, zonder dat ze de grond hoeven te bewerken, door deze ene fruitsoort gevoed, wordt hun dorst gelest, worden ze gekleed, gehuisvest, vervoerd en van huisraad voorzien. In Europa, waarvan Sicilië het meest begunstigde gedeelte is, hebben wij tot nu toe alleen wilde vruchten, want de gouden appelen van de Hesperiden, de mooie vruchten uit Perzië, uit Cerasus en Epirus, worden op ons eiland niet gekweekt: onze rijkdom en onze faam danken wij aan ons graan waar we zo trots op zijn: wat een treurige faam en wat een moeizaam verkregen rijkdom! Degenen die gezegd hebben dat wij Ceres hadden beledigd en zij ons als straf de landbouw had geleerd, hadden daarin misschien geen ongelijk. Eerst moet het ijzer aan de schoot der aarde worden ontrukt en door cyclopenhanden worden gesmeed, om daarmee de aarde open te scheuren. Drie kwart van de volken van ons kleine Europa is verplicht van Azië en Afrika zaad te kopen voor hun schrale akkers; en als die akkers dan verscheidene malen zijn omgeploegd, wat mens en dier totaal heeft uitgeput, dan leveren ze in de beste jaren tien op één op, en door de bank genomen vijf of zes, soms drie op één. Als die armzalige oogst binnen is, moeten de halmen worden gedorst door er met een vlegel op los te slaan, en bij dat zware werk gaat weer een deel verloren. Al die moeite levert de mens nog steeds niets eetbaars op. Dat armetierige graan moet naar mannen gebracht worden die het in het zweet huns aanschijns handmatig pletten onder de molensteen. En dan heb je nog niets, als je het niet eerst blootstelt aan het vuur in gewelfde grotten, waar het door te veel hitte tot as verpulvert of door te weinig hitte een oneetbare deegklomp wordt. Dat is dan dat brood waarmee Ceres de mensen heeft gezegend, of liever waarvoor zij hen zo duur heeft laten betalen! Het lijkt net zo veel op het graan waarvan het is gemaakt als een rode toga op het schaap dat de wol heeft geleverd. En het betreurenswaardigste is nog dat de boer maar nauwelijks geniet van de vrucht van zijn arbeid. De bewoner van de streken rondom de Seine, de Donau en de Borysthenes [de Dnjepr in Zuid-Rusland] heeft niet voor zichzelf gezaaid, maar voor de barbaar die zich meester heeft gemaakt van zijn land, zonder te weten hoe het graan in de aarde ontkiemt; hij zaaide voor de druïde of de lama die namens de hemel een deel van zijn oogst opeist, in afwachting van het moment waarop hij de dochter van de brave man wiens leeftocht hij verslindt, ontmaagdt of op een altaar offert. U zult toch op zijn minst moeten toegeven dat de wiskundigen die de windmolen hebben uitgevonden, de ongelukkige boer hebben verlost van het allervermoeiendste werk.’ ♦♦♦
♦♦♦ Op 20 april 2008 werd in boekhandel Scheltema De onwetende wijsgeer. Een keuze uit het mengelwerk (zie hierna) gepresenteerd. Na een inleiding van vertaalster Hannie Vemeer-Pardoen werd het eerste exemplaar aan Bas Heijne overhandigd. Hierna spraken achtereenvolgens Jaffe Vink, Murat Kotan en Herman van Gunsteren over het thema van deze Voltaire-middag: ‘Écrasez l’infâme en de beperkingen van de vrijheid van meningsuiting’. Hieronder de vertaalster tijdens haar lezing.
De voorpublicatie op deze pagina is inmiddels te lezen in De onwetende wijsgeer. Een keuze uit het mengelwerk. Hannie Vermeer-Pardoen selecteerde hiervoor 24 teksten uit de Mélanges, die ze vertaalde en inleidde. Na het Filosofisch woordenboek (2001), de Filosofische vertellingen (2003), en de begin 2007 verschenen Briefwisseling met Frederik de Grote 1736-1778 heeft Vermeer-Pardoen opnieuw voor Voltaire gekozen, en ze is ‘nog lang niet klaar met hem’.
We lieten onze keuze vallen op ‘Overwegingen voor domoren’ (‘Réflexions pour les sots’; tussen vierkante haken de noten), dat in 1760 verscheen in de Recueil des Facéties Parisiennes. Wie nieuwsgierig is naar de andere 23 stukken hoeft alleen maar het boek te kopen. Overwegingen voor domoren Als de meerderheid waarover geregeerd wordt uit runderen bestond en de minderheid die regeert uit koeherders, dan zou die minderheid er heel goed aan doen de meerderheid dom te houden. Engeland, waar eens het licht der rede straalde, De heer Racine vergist zich: Engeland was weggezonken in een poel van onwetendheid en wansmaak tot aan de tijd van kanselier Bacon. [2] Door de vrijheid van denken konden er bij de Engelsen zo veel uitstekende boeken het daglicht zien; omdat de geest van de mensen verlicht was, zijn zij zo stoutmoedig geweest; en omdat zij stoutmoedig zijn geweest, zijn er prijzen uitgereikt aan degenen die hun koren over de zee zouden vervoeren; die vrijheid heeft alle vormen van kunst en techniek doen bloeien en de oceaan met schepen overdekt. Noten Deze tekst, oorspronkelijk getiteld Réflexions pour les sots, dateert uit de eerste helft van 1760 en maakte deel uit van Recueil des facéties parisiennes. 1. Toch heeft Lodewijk XVI dat nog gedaan. Een primeur is ook de uitgave in Nederlandse vertaling van de laatste brief die Frederik aan Voltaire schreef, op 15 april 1778. Het bestaan ervan was wel al bekend, maar pas toen de Bibliothèque Nationale Française de privé-collectie verwierf waarvan hij deel uitmaakte kwam de brief boven water. In Revue Voltaire nr. 5 - 2005 presenteert Christiane Mervaud dit laatste schrijfsel van ‘Federic’, zoals hij meestal ondertekende, in hun 42 jaar durende correspondentie. ■ Hannie Vermeer-Pardoen tekent voor de vertaling van deze brief die, voorzien van een inleiding, eveneens in april 2008 bij Van Gennep zal verschijnen. Voor meer informatie verwijs ik graag naar deze uitgave. ♦♦♦ ‘On ne peut bien la comprendre si on la méprise ou si on l’idolâtre.’ Deze uitspraak van Tocqueville — over de Franse Revolutie — lijkt algemeen geldig. Hij wordt aangehaald door Jacques de Saint Victor in Le Figaro Livres (8 november 2007); in een paar alinea’s schetst hij daarin de moeilijkheden die schrijvers ondervinden wanneer zij Voltaire tot onderwerp van hun studie maken. ■ Onlangs verschenen twee nieuwe biografieën, maar, zo stelt Saint Victor, de een kan niet zonder de ander gelezen worden. Pierre Milza (Voltaire) lijkt volgens hem enigszins ‘beangstigd’ door Voltaire, nog steeds de icoon van het vrije woord, terwijl Xavier Martin (Voltaire méconnu. Aspects cachés de l’humanisme des Lumières) de ‘onvergeeflijke fout’ begaat niet van de eeuw van de Verlichting te houden, en dus evenmín een objectief portret van Voltaire kan schilderen. Op canal academie wordt Milza bijna een uur aan de tand gevoeld over zijn Voltaire. ■ Voltaire méconnu wordt gesignaleerd in Conflits Actuels. Revue d’étude politique; een — eveneens uitgebreid — interview met Martin is te beluisteren op radio courtoisie. Niet te versmaden alvorens eventueel tot aanschaf van Voltaire méconnu over te gaan: voorwerk, woord vooraf, inhoudsopgave en bibliografie staan op biblisem. ♦♦♦ Brieven Drie jaar heeft ‘Fay ce que vouldras’-lid Hannie Vermeer-Pardoen aan haar vertaling gewerkt, en nu zijn dan de 601 bewaard gebleven brieven die de ‘twee grote mannen’ elkaar schreven voor het eerst in het Nederlands vertaald en in één band bij elkaar gebracht. Het is een pil van meer dan 1000 pagina’s geworden. ■ De vraag of deze correspondentie voor ons nog betekenis heeft, anders dan literaire waarde, is eenduidig met ‘ja’ te beantwoorden. Immers, een groot gedeelte van de eeuw van de Verlichting trekt in deze briefwisseling tussen de filosoof en de Pruisische vorst aan de lezer voorbij. In de woorden van de vertaalster: ‘[...] we [krijgen] in deze brieven op heel directe wijze inzicht in de ideeën die in deze zo beslissende tijd naar voren komen: ideeën over God en godsdienst, over atheïsme, over vrijheid en gebondenheid, oorlog en vrede, kortom, over veel dingen die ook nu nog de kern van ons denken vormen.’ ■ Ook op microniveau valt er veel te genieten — al moet je je vooral niet ergeren aan de vele strijkages die nu eenmaal usance zijn in een correspondentie uit die tijd —, en op elke bladzijde staan wel zaken die uitnodigen tot het grijpen naar secundair materiaal. ■ Spijtig genoeg heeft de uitgever nagelaten het boek van een register te voorzien — een misser die hopelijk in een volgende druk goedgemaakt wordt.
Vermeer-Pardoen, die ook de succesvolle Rabelais-vertaling op haar naam heeft staan, publiceerde eerder Voltaire’s Filosofische vertellingen en zijn Filosofisch woordenboek — hierboven in flinke stapels naast de briefwisseling (bij boekhandel Roelants in Nijmegen). Waar bij Rabelais het woord zo belangrijk is, zijn dat bij Voltaire vooral de zinnen, zegt de vertaalster. En zorgden bij Rabelais de eindeloze enumeraties nog wel eens voor enig oponthoud, in de correspondentie tussen Voltaire en Frederik II zijn het vooral de ‘versjes’ die bij nauwgezet vasthouden aan metrum en rijm de arbeid een enkele keer ophielden. Toch horen ze er zonder meer in: beide mannen kunnen er zaken in kwijt die hun anders moeilijkheden (Voltaire) of frictie (Frederik) zouden hebben opgeleverd. De gedichten zijn vaak ook geestig. Luister hoe Vermeer-Pardoen er één voorleest, en ga het boek daarna gewoon kópen. ■ Lees ook de jubelende recensie die Hans Driessen schreef voor de Volkskrant (18 mei 2007), en waarin de vertaalster terecht veel lof krijgt toegezwaaid. Lees ervoor, tussendoor of erna Voltaire almighty van Roger Pearson (2005), om, zoals Jan Blokker in zijn recensie van 23 maart j.l. in de NRC schreef, ‘enige afstand te zoeken: van de close-up naar het totaalbeeld’. ■ Pearson heeft dankbaar gebruik gemaakt van Voltaire en son temps, onder redactie van René Pomeau, dat in 1995 in een herziene editie uitkwam (vijf boeken in twee banden; behalve bij de fnac nog te bestellen via antiqbook). Aangevuld met recente research, met name die van de Voltaire Foundation, staat dit voor een betrouwbare biografie die ook nog eens leest als een trein. ■ David Bodanis heeft er in de ‘dubbelbiografie’ Passionate minds (2006) voor gekozen de wetenschapster en kenner van Newton Emilie du Châtelet centraal te stellen: ook dit levert een uiterst leesbaar boek op. ♦♦♦
‘De Leidse onderzoeker dr. C.D. van Strien heeft in de collectie van Tresoar, het Fries historisch en letterkundig centrum te Leeuwarden, een origineel handgeschreven briefje gevonden geschreven door de Franse wijsgeer Voltaire. Deze brief was tot nu toe onbekend.’ ■ Zie voor het commentaar van Van Strien zijn uitgebreide artikel op Tresoar.
Eliane Duvekot maakt prachtige schrijvers-portretten, zoals deze (mijn favoriet) van Voltaire, gepubliceerd in de NRC, in november 2005.
[omhoog, terug naar de lezende kip naar entree of naar de sitemap]
|
||||||||||||