[oud legsel]

[terug naar de lezende kip, naar entree of naar de sitemap]

De Britse humorist P.G. Wodehouse had voor de Tweede Wereldoorlog met veel succes korte verhalen en feuilletons gepubliceerd in de Verenigde Staten. Na de oorlog was er in het Amerikaanse literaire wereldje veel veranderd. Op 1 november 1946 schreef Wodehouse — vanuit een hotel in het Pavillon Henri Quatre in Saint-Germain-en-Laye, het huis waar Lodewijk XIV geboren was — aan een vriend, naar aanleiding van Pipe night, het nieuwste boek van John O'Hara:

‘What curious stuff the modern American short story is. The reader has to do all the work. The writer just shoves down something that seems to have no meaning whatever, and it is up to you to puzzle out what is between the lines.
It must be quite a job, though, writing anything for the American magazines these days. Here is a cautionary manifesto which one of them has sent out to its contributors. The editor says he won't consider any of the following:

“Stories about gangsters, politics, regional problems. Stories with historical settings. Military stories, World War Two. Stories with a college background. Sex stories. Stories with smart-alec dialogue. Stories in which characters drink. Stories with a newspaper background. Dialect stories. Stories about writers or editors or advertising men. Radio stories. Stories about religion. Stories concerning insanity. Crime stories. Mistaken identity stories. Stories of the First World War. Stories about adolescent characters.”

Apart from that, you're as free as the birds in the tree tops and can write anything you like.’

■ P.G. Wodehouse, Performing flea (1953) (ed. 1961, p. 166). (JE)

NB Lees ook het artikel in de New York Times van Stephen King over de zorgelijke toestand waarin de hedendaagse ‘American short story’ zich bevindt. (MB). ■ King constateert onder meer: ‘In too many cases, that audience [nl. de lezers van korte verhalen, JE] happens to consist of other writers and would-be writers who are reading the various literary magazines (and The New Yorker, of course, the holy grail of the young fiction writer) not to be entertained but to get an idea of what sells there.’ ■ Vergelijk wat Wodehouse (Performing flea, pp. 105-106) op 7 november 1936 schreef over de achteruitgang van de Britse tijdschriften voor korte verhalen: ‘I think the reason the English magazines die off like flies is that the editors are wondering timidly all the time what their readers are going to like, and won’t take a chance on anything that isn’t on exactly the same lines as everything else they have ever published.’ Daartegenover stelde hij als lichtend voorbeeld G.H. Lorimer van de Amerikaanse Saturday Evening Post, die ‘has always had an unswerving faith in his own judgement’. (JE)

♦♦♦

Alberto Manguel, die hier zeker geen introductie behoeft, is een groot lezer. In Faicts & Dicts 35 (in de leeszaal) is al aangehaald zijn devies lys ce que voudra, lees wat je wilt. Het staat op de deur naar zijn bibliotheek in een oude pastorie op het Franse platteland. [zie ook in geschrifte nr. 7]

♦♦♦

Op de prachtig vormgegeven website van gallimard zijn fragmenten uit de nieuwe boeken van najaar 2007 te beluisteren en interviews met auteurs te bekijken. Een abonnement op hun ‘newsletter’ is mogelijk. (Zie ook montaigne.)

♦♦♦

De historicus David Oshinsky schrijft in de ‘Sunday Book Review’ van The New York Times (9 september 2007) over de Amerikaanse uitgeverij Knopf die — als elke uitgeverij — wel eens heel verkeerde inschattingen maakt(e) bij het beoordelen van een manuscript. ■ ‘No thanks, Mr. Nabokow’, zoals de titel van het artikel luidt, begint met een wel heel wrang geval: ‘In the summer of 1950, Alfred A. Knopf Inc. turned down the English-language rights to a Dutch manuscript after receiving a particularly harsh reader’s report. The work was “very dull,” the reader insisted, “a dreary record of typical family bickering, petty annoyances and adolescent emotions.” Sales would be small because the main characters were neither familiar to Americans nor especially appealing. “Even if the work had come to light five years ago, when the subject was timely,” the reader wrote, “I don’t see that there would have been a chance for it.”’ De ‘reader’ had het dagboek van Anne Frank voor zich liggen... ■ Lees verder in The New York Times.

♦♦♦

boekendingen is een rijk gevuld weblog van Hans van den Bergh, die op 3 september 2007 een fraai bericht over ‘de lezende kip’ en rabelais.nl plaatste. Ook anderszins zeer de moeite waard; boekenliefhebbers abonneren zich dus op een rss feed.

♦♦♦

‘Vroeger snoepten wij in Frankrijk smeerkaasjes van La Vache qui rit, nu lezen wij bij La Poule qui lit...
■ Aldus citatenvorser Jaap Engelsman. Laten we hopen dat ook dit een gevleugeld woord wordt...

♦♦♦

prosexpress stelt een bijzondere manier van lezen voor: ‘une promenade hypertexte dans un domaine esthétique encore neuf, peu formalisé, celui des proses narratives ultra-courtes. Ce sont des extraits complets, conçus comme tels par leur auteur, mais une invite évidemment à lire en entier le livre chaque fois indiqué d'où ces textes proviennent’.  Dat Rabelais op de leeslijst figureert is vanzelfsprekend.

♦♦♦

‘[Vestdijk] was geen gemakkelijke auteur, stelde hoge eisen aan de eruditie van de lezer. Je moet wel wat weten om in zijn boeken door te dringen. Dat gaat in de loop der decennia door het gebrekkige onderwijs in de literatuur- en kunstgeschiedenis verloren. De immense vreugde van het lezen gaat verloren. Ik kan me niet voorstellen dat mensen moeten worden gedwongen om een boek te lezen. Doodjammer. [...] Lezen is, denk een talent. Niet iedereen kan het, echt lezen. Dat heeft ook te maken met je eigen mogelijkheid tot uitbreiding van je werkelijkheid. Daar heb je een gave voor nodig die niet iedereen heeft, of hoeft te hebben. Daar kun je iemand niet toe dwingen. Het is iets anders dan een telefoonboek lezen, of de krant.’
■ Hella Haasse, in een interview door Arjan Peters uit 2003; opgenomen in De handboog der verbeelding. Arjan Peters in gesprek met Hella S. Haasse (2007).

♦♦♦

Diderot Martin de Haan houdt een kort maar warm pleidooi voor het lezen van Diderot (in de Pléiade-uitgave): ‘sla het voorwoord, de noten en alle andere onzin over, begin te lezen en je bent verkocht’.

copyright verwijl.nl


Gallimard ‘J'ai aimé ce métier parce que j'aimais les livres, j'aimais les collectionner. Aujourd'hui, les bourgeois ne s'intéressent plus aux livres. Nous sommes loin de l'époque de mon grand-père, où des abonnés achetaient toutes les nouveautés, dont un exemplaire du premier tirage leur était réservé. C'est fini. Ce qui intéresse les gens, ce sont les écrans plasma et les home cinémas.’
■ Aan het woord is de ‘entrepreneur-éditeur’ Gaston Gallimard, van de gelijknamige uitgeverij, in 1911 gesticht door zijn grootvader (interview in Le Figaro litteraire).

♦♦♦

[krantenbericht, eind april 19..]

Vroege bezoeker op de koffie [oftewel hoe boekenkisten haar eer redden]

Nijmegen — Een paar goed gevulde boekenkisten hebben gistermorgen waarschijnlijk voorkomen dat een 19-jarig meisje werd aangerand in haar eigen kamer aan de St. Annastraat.
Omstreeks vijf uur in de ochtend stond plotseling een vreemdeling naast haar bed; vermoedelijk is het een [...] geweest, die haar vroeg mee te gaan om ergens een bak koffie te gaan drinken.
Het meisje wist de man de kamer uit te praten, maar ze verzuimde de deur op slot te doen. Het gevolg: even later stond de man opnieuw in het vertrek met de vraag of ze misschien een slaapplaats voor hem had. Ook nu slaagde het meisje erin de onbekende man naar buiten te werken, maar enkele ogenblikken later stond hij er wéér.
Ditmaal pakte de man het meisje bij de schouders en gooide haar op bed. Het meisje slaagde er echter voor de derde keer in de [...] de gang op te krijgen. Ditmaal barricadeerde ze haar kamerdeur met enkele boekenkisten, omdat de sleutels spoorloos waren; vermoedelijk heeft de vreemde bezoeker ze meegenomen.
Hij heeft nog een vierde keer geprobeerd binnen te komen, maar de zware kisten verhinderden dit. Daarna heeft hij zich niet meer laten zien.

Het verhaal klopt, behalve dit: het meisje wilde haar deur wel op slot doen, maar kon dat niet omdat betreffend slot kapot was. Zij was net verhuisd en van de regen in de drup gekomen: van een piepkleine, brandgevaarlijke kamer naar een grotere, maar anderszins gevaarlijke. Moraal van het verhaal: hoed u voor huisjesmelkers en laat na een verhuizing altijd wat boekenkisten onuitgepakt...

♦♦♦

Classicus en emeritus hoogleraar leerpsychologie Rogier Eikeboom richtte de Stichting Panta Menei op om hoogtepunten uit de literatuur toegankelijk te maken voor hen die niet geverseerd zijn in de taal van, bijvoorbeeld, Homerus of Poesjkin: een mooi iniatief.

♦♦♦

figeac place de l'écriture [foto monique bullinga 2007]


Jean François Champollion (en misschien de Engelsman Thomas Young; lees bijvoorbeeld het ongemeen goed geschreven en zelfs voor leken goed te volgen The code book: the science of secrecy from ancient Egypt to quantum cryptography van Simon Singh, 1999) ontcijferde het hiëroglyfenschrift — elk schoolkind weet het — met behulp van de in 1799 gevonden ‘Steen van Rosetta’. Een soldaat uit het leger van Napoleon vond de steen in de buurt van fort St. Julien, waar hij gelegerd was. Na de overwinning van de Engelsen op de Fransen in 1801 werd de steen als oorlogsbuit afgeleverd bij het British Museum, waar hij zich nog steeds bevind — ondanks herhaalde verzoeken van Egypte om dit voor hen zo waardevolle stuk af te staan. Zelf noemt het museum  het trouwens ‘high profile acquisitions [as the Rosetta Stone and other antiquities from Egypt (1802)]’. ■ Onlangs werd bekend dat de Egyptische regering het nog eens probeert: zij wil hem een paar maanden in bruikleen voor de eerste expositie in het nieuwe Grand Egyptian Museum, dat in 2012 geopend zou moeten worden. ■ Nu wil het toeval dat we afgelopen juni (2007) in Figeac, geboorteplaats van Champollion, het prachtige ‘Place de l’Ecriture’ bezochten, ingericht door de Amerikaanse kunstenaar Joseph Kosuth. Op een intieme binnenplaats ligt een enorme steen van Rosetta in graniet: indrukwekkend, en erg mooi. De foto hierboven toont de steen op zijn kop, door de lichtspiegeling konden we er niet meer van maken.

♦♦♦

laker the golden tulip [foto monique bullinga 2007]


Inspelend op de altijd kortdurende actualiteit een kleine aanvulling op het artikel dat Roelof van Gelder schreef over Anne Goldgars Tulipmania (NRC 20 juli 2007). De mythe van de tulpomanie ontkracht, lang leve de mythe, zou je kunnen concluderen. Maar Rosalind Lakers The Golden Tulip (1991) heeft met de tulpengekte, in tegenstelling tot wat Van Gelder in zijn slotregels vermoed, niets te maken. Het is gewoon een geslaagde historische roman over een vrouw die, gehuwd met een tulpenbollenkweker — dat wel —, deze verlaat om in de leer te gaan bij Vermeer. Acht jaar later deed Tracy Chevalier iets soortgelijks met Girl with a pearl earring.

♦♦♦

bate en rasmussen ed., william shakespeare, the complete works (the rsc shakespeare,  2007) [foto: monique bullinga]

 

 


 

Shakespeare ‘Alweer een nieuwe Shakespeare-editie? Jazeker, en een die er waarachtig toe doet. Twee kenners presenteren een schoon-gemaakte herdruk van de “First Folio”, met de stukken zoals ze ooit gespeeld werden. Eerherstel voor de Bard als denker en theatermaker.’ Aldus David Rijser in zijn bespreking in NRC Handelsblad van 6 juli 2007 van de prachtige Shakespeare-editie die onlangs het licht zag. Het is een uitbundig boek te noemen, en een dat niet nalaat te verbazen door zijn grondigheid. Beslist een aanrader.
 

♦♦♦

Een liseuse, zo vertelde de leerbewerker die er — in Martel — de kost mee verdiende, is gewoon een protège-livre. Maar je kúnt het omslag natuurlijk ook als cache-livre gebruiken... Ik viel er onmiddellijk voor, al is het formaat slechts geschikt om er een dunne pocket in te lezen. Kijk op liseuses voor een tentoonstelling in de maak.

♦♦♦

‘Als ik genoeg heb van het ene boek, neem ik een ander; en ik geef mij er alleen dan aan over als het nietsdoen mij gaat vervelen.’
■ Montaigne, in: ‘Over boeken’, in: idem, De Essays, II.10. Vertaald door Hans van Pinxteren (2006, p. 217).

♦♦♦

Met ‘Ce livre de la vie est le livre suprême’ begint een fraai grafschrift dat niet alleen naar vorm maar ook naar inhoud het boek als onderwerp heeft. Een selectie van grafboeken, alle gemaakt in één gehucht in Frankrijk, dat nu hooguit 20 zielen telt, maar op zijn begraafplaats heel wat gedenkstenen in de vorm van een boek. [Foto’s: Monique Bullinga]

♦♦♦

atelier de reliure figeac 2007 [foto monique bullinga]boekbindster figeac 2007 [foto monique bullinga]

In Figeac mochten we een boekbindster aan het werk fotograferen.

♦♦♦

[gedicht en foto:  monique bullinga]


De taaladviesdienst maakte de leden van een besloten mailgroep opmerkzaam op een — voor mij — nieuw fenomeen, dat van het stapelgedicht. Max Dohle verzamelt ze op zijn blog over stapelgedichten; daar zijn tevens de ‘spelregels’ te lezen. Natuurlijk werd ook ik door het virus aangestoken:

Een lot uit de loterij
Passionate minds
Madame du Châtelet
Voltaire, help
Forbidden texts

Het is jammer dat het bij het laatste boek om een vertaling gaat, want de oorspronkelijke titel luidt: Ces livres qu’on ne lit que d’une main (1991).

♦♦♦

Een van de vragen in de rubriek ‘Zelfportret’ in HP/De Tijd is: ‘Van wie heeft u het meest geleerd?’ Het antwoord van Marjolein Februari: ‘Van de boeken. Dat wordt onderschat. Men denkt dat je van het leven zelf veel leert, maar het mag weleens gezegd dat je ook van lezen veel opsteekt.’
HP/De Tijd 16 maart 2007, p. 44.

♦♦♦

[Video] Jaap Engelsman stuurde een link op naar een bijzonder geestig filmpje. Hoe lees je een boek? Tja, da’s ook best moeilijk. Mr. Bean daarentegen heeft de helpdesk niet nodig. Hij durft zich zelfs in een bibliotheek te begeven — gewapend met het juiste materiaal...

♦♦♦

Martin Sommer schrijft in de Volkskrant van 18 mei 2007 onder andere over Scoop — A novel about journalists van Evelyn Waugh en verhaalt de volgende anekdote over de journalist Corker, die achter een ‘scoop’ aan moet. ‘Om te voorkomen dat de concurrentie zijn primeur zou inpikken, telegrafeerde hij zijn artikel in het Latijn. Waugh was immers van voor de Mammoetwet. [Maar ook] daar rekent de werkelijkheid af met de gedachte dat alles vroeger beter was. De wereldprimeur werd op de redactie van de Daily Mail terzijde gelegd. Niemand kon hem lezen.’

♦♦♦

‘Alors même que je suis en train de lire, je commence à oublier ce que j’ai lu et ce processus est inéluctable, il se prolonge jusqu’au moment où tout se passe comme si je n’avais pas lu le livre et où je rejoins le non-lecteur que j’aurais pu rester si j’avais été mieux avisé.’
■ Pierre Bayard, Comment parler des livres que l’on n’a pas lus? (2006), p. 55. Zie ook lezen of niet en de bespreking door Piet Offermans in recensies.

♦♦♦

Ordening van boeken op kleur? Interieurtechnisch gezien vast zeer interessant. Alhoewel ik van een boek meestal wel weet hoe de rug eruitziet en ik het dus zó van de plank kan halen, zou ik al snel nergens meer zijn als de titels in mijn bibliotheek niet op genre en onderwerp, en vervolgens op chronologie of op alfabet zouden zijn gerangschikt. Nee, voor mij dus geen ‘Arranging Books by Color’.

♦♦♦

‘En [Sapience Cornut] verloor zich in verheven politiek, ontvouwde plannen groot als de wereld, had het over de ziel van samenlevingen, leidde de universele republiek gebaseerd op de drie onwankelbare pijlers: vrijheid, gelijkheid, broederschap.
Toen hij zweeg, stortte de zaal zowat in door het bravogeroep. Patissot wendde zich stomverbaasd tot zijn buurman.
“Is hij niet een beetje getikt?”
De oude heer antwoordde: “Nee meneer, zo zijn er tig. Dat komt door het onderwijs.”
Dat begreep Patissot niet. “Door het onderwijs?”
“Ja, ze kunnen nu lezen en schrijven, daardoor komt die sluimerende stomheid bovendrijven.”’
■ Guy de Maupassant, ‘Zondagen van een Parijzenaar’ (1880), in de vertaling van Hans van Kuijlenborg opgenomen in: Op een lenteavond. Alle verhalen 1875-1881 (2de dr., 2000). Zie voor het Frans: Maupassant.

♦♦♦

‘Zoals het vele lezen en leeren afbreuk doet aan het eigen denken; zoo ontwent het vele schrijven en onderwijzen de menschen aan de duidelijkheid en eo ipso [juist daardoor] aan de grondigheid van het weten en begrijpen.’
■ Arthur Schopenhauer, ‘Over geleerdheid en geleerden’, in: idem, Parerga en
paralipomena [Toevoegsels en uitlaatsels]. Kleine Philosophische geschriften
(dl. II, 1908), p. 373.

♦♦♦

‘I walked through tall gates into the cobbled courtyard within. On the far side, a queue of tourists still waited, late as it was, to get into the library [in Dublin] to see the Book of Kells, an eighth-century illuminated manuscript in Latin, stolen from Schotland, some said, by Irish monks [...]. It was obviously doing good business, though I’ve never been to see it myself. I was waiting for the paperback to come out.’
■ Ingrid Black, The dead (2003), p. 64.

♦♦♦

‘“I didn’t know [him] that well,” Salvatore said. “We attended a few of the same conferences, contributed to some of the same symposiums and journals. He reviewed me once. Badly. Never give an academic a bad review, they’ll never forget it. We don’t make enough from our writings to put up with bad reviews.”’
■ Idem, p. 152.

♦♦♦

Voltaire verblijft zomer 1740 in Den Haag als hij over de lagelanders dicht:

‘Een volk dat vrolijk handel drijft,
In een troosteloos land verblijft,
Vaak zijn leven slijt op een boot,
Lucht verkoopt aan elke malloot
En zich bewijst als speculant;
De boekverkoper slijt zijn klant
Graag zaken die hij zelf niet snapt,
Als in de kerk de predikant;
Daar hij uit vele vaatjes tapt,
Stuurt hij per post in Duitsland rond
Karrenvrachten slechte romans,
Het werk van luie charlatans,
Die hij in Frankrijk ruimschoots vond.’

■ Voltaire, Briefwisseling met Frederik de Grote 1736-1778. Vertaald door en met een inleiding van J.M. Vermeer-Pardoen (2007); brief van Voltaire aan Frederik, 20 juli 1740. (Zie ook voltaire, en koop de cd-rom die Daniel Boudin aanbiedt op voltaire-integral: hij doet in zijn eentje fantastisch werk, en die luizige 50 euro’s zijn een kleine steun.) Voor een bladzijde leesvermaak over l’horrible danger de la lecture (1766) moet je trouwens ook hier zijn.

 

[omhoog, terug naar de lezende kip, naar entree of naar de sitemap]