|
Rudolf Oxenaar
Rudolf Deodaat Emile ‘Ootje’ Oxenaar (1929) heeft, voordat hij eeuwige roem zou verwerven door zijn ontwerpen voor Nederlandse bankbiljetten, ook een aantal boeken geïllustreerd. Zo tekende hij onder meer voor de illustraties bij W.F.H. Visser, Onder de laars van Napoleon (1961), Sjoerd de Vries, Spaanse erfenis (z.j.) en Alexandre Dumas, Kapitein Pamphile, alle verschenen bij Van Goor Zn. in Den Haag.
Tot dit genre van ‘spannende jongensboeken’ behoorde voor de uitgever blijkbaar ook de bewerking die J.A.F. Wolfson-Eyssel maakte van Gargantua, dat in 1961 verscheen als deel 2 in de Gulden Sporen Nieuwe Reeks. Het is een vreselijk braaf boekje geworden (zie ook het themanummer Faicts & Dicts 13, in de leeszaal), maar de tekeningen van Oxenaar maken het bijzonder. Van de tien illustraties zijn er hier vijf opgenomen.
[terug naar illustratoren, naar entree of naar de sitemap]
[1] Bij het eerste hoofdstuk in de bewerking wordt meteen duidelijk dat de hoofdpersoon, Gargantua, een reus is.
[2] Deze afbeelding verbeeldt de grap die de jonge Gargantua uithaalt met de heren Painensac en Francrepas: hij toont hun zijn speelgoedpaarden, op zolder, in plaats van de verwachte prachtpaarden in de stallen (Gargantua XII ‘Over de speelgoedpaarden van Gargantua’).
[3] De gatwisser of billenveger (Gargantua XIII) is een zakdoek geworden: de braafheid die de bewerkster aan de dag heeft gelegd is hier evident.
[4] Uit hoofdstuk XXIII ‘Hoe Gargantua onderricht ontving van Ponocrates’ enz. Oxenaar tekende bij: ‘Als ik [Gargantua] dan geslapen had, studeerde ik nog een half uurtje en trok er dan op uit om te kijken of er al konijnen in de strikken zaten. teruggekomen ging ik eens in de keuken kijken en luisterde naar de gesprekken van mijn dienaren.’
[5] Gymnast als superman in de oorlog met Picrochole.
[omhoog, terug naar illustratoren, naar entree of naar de sitemap]
|