[voltaire]

Rondom Voltaire (1694-1778)


Behalve Rabelais reken ik Voltaire tot mijn vrienden. Op deze website over Rabelais is dus een bescheiden pagina vrijgemaakt voor boeken- en ander nieuws de ‘patriarch van Ferney’ betreffende, als onderdeel van ‘de lezende kip’. Een enkele keer zullen tijdgenoten op het toneel verschijnen.

© Monique Bullinga | m [at] rabelais [punt [nl]

[terug naar de lezende kip, naar entree of naar de sitemap]
 

Inhoud

Voltaire online
Voltaire actualiteiten

[7] Qui êtes-vous, Monsieur Voltaire?
[6] Signalement van Van Strien, Voltaire in Holland
[5] Signalement van Briefwisseling met Catharina de Grote
[4] Béranger, ‘Baptême de Voltaire’
[3] Voorpublicatie uit Het nut van de filosofie
[2] Voorpublicatie uit De omwetende wijsgeer
[1] Signalement van
Briefwisseling met Frederik de Grote
Voordracht Hannie Vermeer-Pardoen

 

voltaire door largillière


Portret van Voltaire op 24-jarige leeftijd, door Nicolas de Largillière (1718). Uit: Album Voltaire. Iconographie choisie et commentée par J. van Heuvel. Bibliothèque de la Pléiade
(Gallimard, Parijs 1983)
 

Voltaire online
 

Introductie De Franse wikipedia geeft een aardige biografie van Voltaire. Een bezoek aan Château de Cirey levert een snel, want kort leven op. Cirey was gedurende 15 jaar de belangrijkste verblijfplaats van Voltaire. Hij kwam er in 1734 op uitnodiging van Emilie du Châtelet (over wie later), om er pas na haar dood in 1749 te vertrekken.

Oeuvres Door het liefdewerk oud papier van René-Daniel Boudin was een groot deel van Voltaire’s werk online in te zien, in de editie bezorgd door Louis Moland (Garnier, Parijs 1877-1882). Boudin bood ook een cd-rom aan die dezelfde teksten bevat, aangevuld met talloze extra’s , voor het lachwekkend lage bedrag van 50 euro. Inmiddels (december 2012) lijkt zowel de site van Boudin als hijzelf van de aardbodem verdwenen. Een andere editie is trouwens voor gewone stervelingen niet weggelegd: ‘L'édition monumentale actuellement en cours à Oxford est malheureusement inabordable pour les particuliers par son coût prohibitif’, stelt hij terecht. ‘Combler le vide laissé par les éditeurs de l'écrit, telle est la motivation de la présente édition électronique.’ Aldus Boudin, toen hij nog op het web te vinden was.

Voor de Oeuvres Complètes van de Voltaire Foundation in Oxford, waaraan Boudin refereert en waarvan het eerste deel in 1968 verscheen, moet je inderdaad ongeveer op de Quote-lijst staan. Klik hier voor onder meer een tot oktober 2012 bijgewerkte lijst van reeds gepubliceerde delen.

Op gallica is Voltaire ruim vertegenwoordigd; op gutenberg is het een en ander te vinden, onder meer een aantal Engelse vertalingen, en athena geeft ook een aantal teksten weg. Duidelijk doet zich het gemis voelen van het werk dat Boudin in zijn eentje klaarde.

Bibliografie Andrew Brown stelde een bibliografie samen van Voltaire’s (verzameld) werk, bij zijn leven verschenen. Een bibliografie op de Franse geschiedenissite Memo is niet up-to-date maar men vindt er al gauw wat van zijn gading. Op erudit.org is een fraaie verzameling artikelen en ander tekstmateriaal over Voltaire te vinden.

Société Op de site van de in 2000 opgerichte Société Voltaire zijn onder meer de nummers (behalve de meest recente) van haar Bulletin te lezen, alsmede de samenvattingen van alle artikelen in de sinds 2002 verschijnende Cahiers Voltaire — ook maar in een bibliotheek zoeken, want met 32 euro per nummer zijn de cahiers nogal prijzig. ■ De tot nu toe verschenen nummers van La Gazette des Délices. La revue électronique de l'Institut et Musée Voltaire zijn in hun geheel te vinden op de site van de stad Genève.

Divers Op litterature audio spreekt Olivier Gaiffe een ‘Lettre à M. Jean-Jacques Rousseau’ in; hieris ook Micromégas te downloaden als mp3. Het ‘oriëntaalse sprookje’ Le taureau blanc, een van de laatste werken die Voltaire schreef, is op teleramaradio te beluisteren. Op audiocite.net is onder meer een mp3 te downloaden met een fragment uit de ‘Conversation de Lucien, Erasme, et Rabelais dans les Champs Elysées’, dat Voltaire in 1765 schreef. Handig is dat de teksten tegelijkertijd mee te lezen zijn. Een korte video tot slot waarin Ian Davidson zijn Voltaire in exile (2004) aankondigt is hier te bekijken.
 

Actualiteiten
[omhoog]

 

 dupont & lesourd monsieur voltaire 2014 voorbeeld

Bij uitgeverij Les Belles Lettres verscheen deze maand (juni 2014) een bijzonder aardig boek:
Qui êtes-vous, Monsieur Voltaire? Voltaire beantwoordt ‘in zijn eigen woorden’ de vragen die Claude Dupont en Jean-Claude Lesourd hem stellen. Waar alles op het eerste gezicht helder en niet contradictoir lijkt in de opvattingen van de grote Verlichtingsdenker, komt uit dit ‘diepte-interview’ een minder eenduidige Voltaire te voorschijn: ‘les contradictions apparaissent, et les certitudes s’estompent’, aldus de flaptekst.
      Voetnoten verwijzen naar de betreffende plaats in Voltaires oeuvre en geven waar nodig aanvullende informatie, bijvoorbeeld over in de tekst genoemde personen. Daar blijft het ook bij: in deze uitgave geen inleiding of nawoord, geen bibliografie, geen index. Voor één keer is dat geen probleem: het boek laat zich lezen als een uitgebreid interview in een boekenbijlage.
      Dat onderscheidt het ook op een verfrissende manier van bijvoorbeeld de Inventaire Voltaire (1995) (een At/mZ in 1368 artikelen), de Dictionnaire de la pensée de Voltaire par lui-même (1995),  en natuurlijk de Dictionnaire général de Voltaire (2003). Als naslagwerk bewijzen zij zeer goede diensten, maar het zijn nu eenmaal geen boeken die van kaft tot kaft gelezen worden.
     
Qui êtes-vous, Monsieur Voltaire is een ideale introductie op leven en werk van Voltaire, en voor de lezer die hem al een beetje kent een nieuwe ontmoeting daarmee. Aanbevolen dus. Wie  daarna meer wil: alhoewel het Frans van Voltaire bepaald niet moeilijk is en hij leest als een trein, is dank zij Hannie Vermeer-Pardoen een aantal belangrijke titels ook in een fraaie Nederlandse vertaling verkrijgbaar. [omhoog]


 

2013 11 09 nieuw ontdekte voltaire henriade 1731


One of the reasons why bibliographies are essential to the scholar is that they can reveal previously-unknown editions of works. But however many editions of Voltaire come to light, there always seem to be more left to discover. So, completing the bibliography of Voltaire, as Theodore Besterman reminded us many years ago, is an impossible dream: nobody will ever be able to guarantee that every possible edition, in every possible variant, has been recorded.

Aldus  David Adams op de blog van de Voltaire Foundation; aldaar iets meer over deze editie.
[omhoog]


Superieur sprokkelwerk
Signalement van Kees van Strien, Voltaire in Holland, 1736-1745. Republique des Lettres 44. Editions Peeters, Leuven enz. 2011, 590 blz., € 59,-

‘Met de bijna 600 pagina’s die dit boek telt lijkt het onderwerp ‘Voltaire in Holland’ uitputtend behandeld te zijn’, schreef ik eerder dit jaar (zie hieronder). Het was nog niet verschenen, maar de inhoudsopgave was wel al in te zien, en die zag er veelbelovend uit. Nu ik het boek zelf onder ogen heb kan ik rustig zeggen: het onderwerp is uitputtend behandeld. Van Strien heeft geen steen op de andere gelaten om zijn doel te bereiken, namelijk vastleggen wat er over Voltaire in de jaren 1736-1745 in de Republiek bekend was en wat er in die tijd over hem geschreven werd.
     In 2006 verscheen in dezelfde reeks zijn Isabelle de Charrière (Belle de Zuylen): Early Writings, New Material from Dutch Archives. Je hoeft geen wonder van vernuft te zijn om te begrijpen dat Van Strien tijdens zijn queeste ook veel materiaal tegenkwam over Voltaire, en dit vast in een apart laatje bewaarde. Alhoewel, laatje? Zeg maar rustig archiefkast. Toen die omviel werd er nauwkeurig geordend, en het resultaat, neergelegd in dit boek, is indrukwekkend. De auteur heeft een arsenaal aan bronnen doorgespit. Elk contemporain tijdschrift is doorgenomen, kranten, met name Franse, documenten van diplomaten, familiearchieven, geleerdenbrieven, journalistencorrespondenties: niets ontsnapte aan het speurend oog van Van Strien.

Door het woord vooraf, in feite een tweede inhoudsopgave, komt de lezer in zeer kort bestek aan de weet hoe het boek is ingedeeld. De hoge informatiedichtheid van deze ene bladzijde tekst alleen al geeft een voorproefje van wat de lezer in de overige 600 pagina’s te verwachten heeft. Voltaire in Holland moet als een aanvulling gezien worden op Jeroom Vercruysse’s Voltaire et la Hollande (1966), waarin Voltaire aan het woord wordt gelaten over ‘la république marchande et bourgeoise des Provinces-Unies’, die een grote en blijvende invloed op zijn denken heeft gehad [1]. Bovendien bevat het boek aanzienlijke bio- en bibliografische aanvullingen op het werk van bijvoorbeeld Vaillot en Mervaud [2].
     Het eerste deel van de studie behandelt commentaren van tijdgenoten op Voltaire en zijn werk. Een mooi voorbeeld van de haat/liefde-verhouding die Voltaire met zijn uitgevers had is te vinden in hoofdstuk III, dat de moeizame relatie behandelt tussen de veelschrijver en zijn belangrijkste Amsterdamse uitgever, Ledet. Deze had in 1732 een tweedelige Oeuvres uitgegeven, en kreeg in 1736 samen met Jacques Desbordes een privilege voor een nieuwe editie. Maar Voltaire werkte niet mee, hij liet hen maandenlang wachten “sous prétexte de corrections”’
(p. 43). Toch waren de verhoudingen ook weer niet zó slecht: in een advertentie uit december 1736 kondigden de uitgevers Voltaires ‘traductions des ouvrages du célèbre chevalier Newton’ aan. Terug in Cirey, waar hij en Emilie du Châtelet Newton bestuderen en vertalen, schrijft Voltaire in februari 1737 aan Mme de Champbonin:

‘[...] mais figurez-vous que j’avais commencé une besogne  où j’employais sept ou huit personnes par jour; que j’étais seul à les conduire; qu’il faut leur laisser des instructions aisées, et apaiser une famille qui s’imagine perdre sa fortune par mon absence’.

Wie een blik werpt in de stcn [3] zal de benauwenis van Ledet — want om hem gaat het — begrijpen: zijn fonds dreef op Voltaire-uitgaven. Een jaar later gaf hij samen met zijn compagnon Desbordes de aangekondigde titel uit: de Elémens de la philosophie de Neuton verscheen in 1738. Toch zal Ledet zich vaker in wanhoop hebben afgevraagd waarom hij geen ander beroep had gekozen. Het was voor een uitgever/drukker niet gemakkelijk zich staande te houden in een (boeken)wereld waarin roofdrukken en piratenedities aan de orde van de dag waren en het auteursrecht in onze betekenis nog niet bestond. ‘Etienne Ledet: an uneasy relationship’ laat laat dit duidelijk zien, en is voorts een fraai staaltje van de editiegeschiedenis die Van Strien (ook) schrijft.


voltaire elémens enz 1738


Het tweede deel van Voltaire in Holland bestaat uit een aantal al dan niet bekende teksten, aangetroffen in archieven en literaire tijdschriften: drie literaire portretten, fragmenten van nieuwsbrieven vanuit Parijs gezonden aan stadhouder Willem IV, documenten betreffende de zaak Voltaire vs. Jean-Baptiste Rousseau, en varia. Ze gaan steeds vergezeld van een kort, verhelderend commentaar. Bijzonder is de vondst waarover de kranten op dinsdag 3 april 2007 kopten: ‘Nederlandse brief Voltaire ontdekt!’ Uiteraard ontbreekt deze dan ook niet, hij siert zelfs het omslag. En nu deze pagina.
 

voltaire brief tresoar


Appendices (‘lees’ Appendix C en je weet wat er in het boek staat), een lijst van afkortingen, een uitgebreide bibliografie en index tot slot vervolmaken Voltaire in Holland.

Elk bespreking is subjectief, dit korte signalement ook. Een bekentenis daarom: ik heb Voltaire in Holland (nog) niet helemaal gelezen. Het boek leent er zich m.i. lastig toe om van kaft tot kaft te lezen. Het wemelt op elke bladzijde van de namen, jaartallen, titels; talloze verwijzingen naar archivalia en secundaire literatuur staan in de voetnoten, evenals vele afko’s. Engels en Frans wisselen elkaar af, er staat veel cursief op de pagina’s, en de ene aanhaling volgt op de andere. Dat is inherent aan een werk van deze reikwijdte en omvang, maar zorgt helaas wel voor een onrustig leesbeeld.
     Deze studie kan misschien het beste benaderd worden als een naslagwerk, althans, dat is wat ik tot nu toe gedaan heb. Je krijgt dan heel veel informatie op een presenteerblaadje aangeboden, en tegelijk talloze prikkels om over een gekozen onderwerp buiten het eigenlijke onderwerp van Voltaire in Holland elders meer te weten te komen. Hoe je het ook leest, het is buiten kijf dat Van Strien een voor voltairianen onmisbaar boek schreef. Knappe jongen, lijkt me, die na deze herculesarbeid nog iets kan toevoegen aan onze kennis van Voltaire en de Republiek. (MB)
 

     Noten

[1] Jeroom Vercruysse, ‘Provinces-Unies’, in: Dictionnaire général de Voltaire. Publié sous la direction de Raymond Trousson et Jeroom Vercruysse (2003).
[2] René Vaillot, Avec Madame du Châtelet, 1734-1749 (Parijs 1978; ook in Voltaire en son temps, nouvelle édition intégrale, revue et corrigée, tome I, 1995); Christane Mervaud, Voltaire et Frédéric II: une dramaturgie des lumières 1736-1778 (Oxford 1985).
[3] Ten overvloede: stcn staat voor Short Title Catalogue Netherlands.
[omhoog]

Paul Boog schreef deze zomer (2011) over een nieuwe publicatie van Kees van Strien, Voltaire in Holland, die ik zeker interessant zou vinden; hij verwees me naar de website van de uitgever voor meer informatie.

This book portrays Voltaire as he was perceived by readers of gazettes and literary journals published in Holland. Among them the literary critic Prosper Marchand, who was allergic to the many factual errors in Voltaire's works, and Henri Du Sauzet, publisher of the Bibliothèque françoise. Also Jean Rousset de Missy, who in 1736 sided with Jean-Baptiste Rousseau in his controversy with Voltaire, and who in his journals Le Magazin and L'Epilogueur often attacked Voltaire: an arrogant little creature, always out to cheat his publishers.

Aldus de uitgever. De inhoudsopgave deed het water in de mond lopen. En er was uiteraard het nodige uit op te maken. Wie, bijvoorbeeld, boekhistorisch gezien gesmuld heeft van de vele controverses tussen Voltaire en zijn uitgevers komt in dit boek zeker aan zijn trekken. In een brief van 20 juli 1740 aan Fredrik II van Pruisen bijvoorbeeld klaagt Voltaire over de Nederlandse uitgever Jan [Johannes] van Duren. In de vertaling van Hannie Vermeer-Pardoen (2007, pp. 355-356):

Gisteren ben ik direct na aankomst naar de meest geslepen en brutaalste boekverkoper van het land gegaan, die zich met de zaak in kwestie had belast. Ik zeg Uwe Majesteit nogmaals dat ik in het manuscript geen woord had laten staan waarover iemand in Europa zich zou kunnen beklagen. Maar ondanks dat wilde en wenste ik niets liever dan de uitgave terug te halen, aangezien Uwe Majesteit daarop stond. Ik had al eens poolshoogte laten nemen bij die brutale schurk, Jan van Duren geheten, en ik had per postkoets iemand gestuurd die uit voorzorg onder aannemelijke voorwendsels op zijn minst een paar bladen van het manuscript moest terughalen, want dat was nog niet voor de helft gedrukt. Ik wist namelijk wel dat mijn  Hollander op geen enkel voorstel zou ingaan. Ik ben inderdaad precies op tijd gekomen, want de boef had geweigerd om ook maar één blad van het manuscript terug te geven. Ik heb hem laten halen, ik heb hem gepeild en de onderste steen boven gehaald. Hij gaf mij te verstaan dat hij de baas was over het manuscript en dat hij het nooit zou afstaan, wat het voordeel daarvan voor hem ook mocht zijn, dat hij al met drukken was begonnen en dat hij het zou afmaken ook.

Deze hardi fourbe, deze scélerat, deze plus hardi libraire du pays komt uiteraard ook bij Van Strien langs, en in de afdeling ‘Texts’ is een brief opgenomen van Van Duren aan Charles-Antoine Jombert (maart 1740) over dezelfde kwestie. Met de bijna 600 pagina’s die dit boek telt lijkt het onderwerp ‘Voltaire in Holland’ uitputtend behandeld te zijn. [omhoog]

♦♦♦

houdon voltaire ijsenbrant

Van je boekenvrienden moet je het hebben. Peter IJsenbrant schonk mij een gipsen kopie van Houdons Voltaire, een van de beroemdste beeltenissen van de filosoof.
Op de site van het Rijksmuseum heeft het beeldje de titel ‘Voltaire, zittend in een rolstoel’ gekregen. Die rolstoel moeten we er dan waarschijnlijk bij denken: Houdon maakte het beeld immers in hetzelfde jaar dat Voltaire stierf.

♦♦♦

De oude kluizenaar van Ferney Signalement van Voltaire, Briefwisseling met Catharina de Grote 1763-1778. Vertaald en ingeleid door Hannie Vermeer-Pardoen. Uitgeverij Van Gennep, Amsterdam 2010. 382 pp., € 39,95.

Op 20 oktober 2010 wordt de Briefwisseling met Catharina de Grote 1763-1778 gepresenteerd. Het is de laatste Voltaire van Hannie Vermeer-Pardoen; inmiddels heeft zij zich op een andere geliefde auteur gericht. De vertaalster, redactrice Ellis van Midden en uitgeverij Van Gennep hebben er opnieuw een mooi, goed verzorgd boek van gemaakt. Prettige letter en opmaak, licht getint papier, en er is deze keer zelfs een namenregister opgenomen!

Al is deze correspondentie van Voltaire naar mijn smaak niet zo rijk als die met Frederik de Grote, er valt toch het nodige te beleven. Met name de strijd tegen ‘de Turk’ krijgt veel aandacht, waardoor de lezer een verrassend, want heel persoonlijk inkijkje krijgt in wat het in de achttiende eeuw betekende om oorlog te voeren, allianties te smeden, verliezen te nemen en overwinningen uit te buiten. Terwijl Voltaire zich niet van zijn meest vredelievende kant laat zien, is Catharina over het algemeen vrij nuchter: de oorlog is noodzakelijk, maar liever had ze een vredesakkoord gesloten. Tussendoor werkt ze aan haar nieuwe wetboek, en verhindert het oorlogsgeweld haar evenmin om mooie kunstaankopen te doen. Voor veel geld. Voor zoveel geld dat Voltaire het in een brief van 14 januari 1772 presteert te vragen waar ze het toch vandaan haalt:

‘Sta mij toe Uwe Majesteit te zeggen dat u niet te volgen bent. Nauwelijks heeft de Oostzee voor zestigduizend daalder aan schilderijen verzwolgen die u voor uzelf uit Holland had laten komen, of u laat uit Frankrijk voor vierhondervijftigduizend franc aan schilderijen komen. [...] En dan koopt u ook nog ontelbare curiosa in Italië. Maar naar eer en geweten, waar haalt u al dat geld vandaan? Hebt u soms een greep in de schatkist van Moestafa gedaan, zonder dat de kranten daarover hebben gerept? Wij Fransen leven in vrede, maar we bezitten geen rooie cent.’

Daar geeft de vorstin een wijs, want ontwijkend antwoord op (brief 30 januari 1772):

‘U verbaast u over mijn aankoop van schilderijen. Ik zou er misschien beter wat minder kunnen kopen, maar een goede gelegenheid die je voorbij laat gaan, komt niet meer terug. Mijn centen en die van de staat zitten overigens niet in dezelfde pot en een grote staat krijgt alles voor elkaar, als er maar orde op zaken wordt gesteld. Ik spreek uit ervaring.’

catherine II in index oc 1827
Alhoewel Catharina bekendstaat als een groot lezer, is van haar lectuur in deze briefwisseling niet veel terug te vinden. Eenmaal, wanneer zij ‘het werk van Algarotti’ leest (brief 3 maart 1773), stelt zij haar correspondent de vraag of het juist is dat ‘alle kunsten en wetenschappen in Griekenland zijn ontstaan’, zoals de Italiaan beweert. Maar dat is alles wat we van haar horen. Gelukkig laat Voltaires antwoord dan kort die hem kenmerkende esprit zien (brief 20 april 1773), en als lezer veer je op: even geen verzoeken, geen strijkages, geen oorlog, geen obligaat gezeur over klimaat en gezondheid. Ook wanneer Catharina schrijft met hoeveel genoegen zij converseert met Grimm en Diderot — ‘De conversatie met hem [Grimm] is heerlijk’, en: ‘U begrijpt wel dat de strapatsen van het mensdom in geen enkel opzicht het plezier van mijn conversaties met Diderot kunnen bederven.’ —, blijft het daar zo’n beetje bij, terwijl je graag zou willen weten wat er zoal ter tafel kwam. Waarover spraken zij? Waarom vertélt ze dat niet?

Maar goed, je mag niet sniffen om het boek dat niet geschreven is, de brieven die niet gewisseld zijn. Wil je meer dan haal je het maar ergens anders. En dat is aan te raden, want wanneer je dit boek dichtslaat ga je zeker op zoek naar, bijvoorbeeld, een biografie van Catharina de Grote, of naar een geschiedenis van het Rusland van haar tijd.

De oude Voltaire zelf, altijd krank en op sterven na dood, leren we uit deze brieven — ook — kennen als een uiterst serviele bewonderaar van de grote imperatrice. Althans, zo lijkt het. Want volgens Vermeer-Pardoen is die bewondering oprecht, ook al neemt deze ‘soms overdreven vormen’ aan, zoals zij in haar heldere inleiding schrijft. ‘In dat opzicht moeten we echter wel voorzichtig zijn, want wat we misschien aanzien voor onbeschaamde vleierij, hoort bij de brief van de achttiende eeuw. Het is een oude stijlfiguur, de zogeheten laudatio, die veelvuldig wordt toegepast’ (p. 15). Ook al ’laudeert’ Voltaire dan toch nog heel erg en heel erg veel, deze brieven zijn wél geschreven door twee grote geesten uit de verlichte eeuw, en daarom alleen al moet ook deze Voltaire-vertaling gewoon gekocht worden. Dat laatste mag bovendien, wat mij betreft, een klein eerbetoon zijn aan de vertaalkunde van Vermeer-Pardoen (1930), die met Gargantua & Pantagruel haar chef-d’oeuvre heeft afgeleverd, maar zeker ook Voltaire voor ons toegankelijk heeft gemaakt. Dat ziet er zó uit:
 

voltaire in de vertaling van hannie vermeer-pardoen

Zo, genoeg laudatio. Op naar het volgende = vorige lemma. (MB) [omhoog]

♦♦♦

“Toen hij klaar was, durfde Julien de boeken nader te bekijken. Hij werd bijna uitzinnig van vreugde toen hij een uitgave van Voltaire ontdekte. Vlug zette hij de deur van de bibliotheek open om niet te worden verrast. Daarna gaf hij zich over aan het genoegen om de vierentwintig delen stuk voor stuk open te slaan; ze waren prachtig gebonden. Alleen al dit meesterwerk van de beste binder uit Londen was meer dan voldoende om Juliens bewondering ten top te voeren.’
■ Stendhal, Het rood en het zwart. Kroniek van 1830 (Le rouge et le noir, 1830; Ned. vert. Hans van Pinxteren; zesde dr. 2007), p. 267.

Actueel alleen maar omdat ik Stendhals Het rood en het zwart zojuist — tot mijn eigen verrassing met veel plezier — gelezen heb. Voltaire figureert er vaak in, maar dit citaat trok speciaal mijn aandacht: om welke editie zou het kunnen gaan? 24 Delen? De beste binder uit Lónden? ■ Bij leven van Voltaire komt maar één uitgave in aanmerking, die van Cramer en Panckoucke, de Collection complette des oeuvres de M. de Voltaire (1768-1777). Deze verscheen weliswaar in 30 delen, maar de eerste 24 werden door Cramer uitgegeven, de laatste zes waren voor rekening van Panckoucke; zie de  hierboven al genoemde bibliografie van Andrew Brown. ■ J. Vercryusse zegt in de Dictionnaire général de Voltaire (2003) s.v. Oeuvres complètes: ‘Les éditions qui suivirent celle de Kehl [...] ont repris tous ces éléments qui ont également servi de base à une extraordinaire explosion d’éditions diverses au cours du premier quart du XIXe siècle.’
 

voltaire 1827 vol. 1


Die in mijn bezit, 75 dln. in-octavo uit 1827, mag ik daar ook nog wel wel toe rekenen. Qua uiterlijk haalt deze het daarentegen niet bij de door Julien Sorel beschreven editie, die — het blijft natuurlijk een roman — misschien alleen maar in de dromen van Henri Beyle bestond.

♦♦♦

flammarion voltaire dictionnaire philosophique

 

 


 

 

Twee dagen geleden, op 10 februari 2010, verscheen bij Flammarion een nieuwe editie van Voltaires fameuze Dictionnaire philosophique. Voor slechts €7,80 (plus porto) te bestellen. Als bekend verzorgde Hannie Vermeer-Pardoen in 2001 de Nederlandse (ingeleide en geannoteerde) vertaling van deze immer actuele tekst. Een Franse uitgave is hier als pdf te downloaden.

♦♦♦

Twee vliegen in één klap. Pierre-Jean de Béranger (1780-1857) schreef een ‘Baptême de Voltaire’, waarin Rabelais een niet onaanzienlijke rol speelt.

Air: Les cloches du monastère

La foule encombre l’église;
Les prêtres sont en émoi:
C’est un garçon qu’on baptise,
Fils d’un trésorier du roi.
Le curé court en personne
Dire au bedeau: Sonne! sonne!
[refr.]
Dig don! dig don!
Que n’avons-nous un bourdon!
Dig don! dig don!
Dig don!

Le curé parle au vicaire:
Ce baptême nous fera
Redorer croix, reliquaire,
Ostensoirs, et cœtera.
Même il se peut que j’accroche
De l’argent pour une cloche.

Ah! crie un chanter, j’espère
Que, nous livrant son cellier,
Cet enfant comme son père
Un jour sera marguillier.
Qu’à son nom l’honneur s’attache
D’un gros marguillier sans tache.

A la marraine un beau prêtre
Dit tout bas: Les jolis yeux!
Madame, vous devez être
Un ange envoyé des cieux.
L’enfant qu’un ange patronne
Est un saint que Dieu nous donne.

De sa mère, ajoute un diacre,
Ce fils aura tout l’esprit.
Qu’à la chaire il se consacre:
Il vengera Jésus-Christ.
Qui sait? à sa voix peut-être
Plus d’un bûcher doit renaître.

Mais du ciel tombe un fantôme!
C’est Rabelais, grand moqueur,
Qui leur dit: Dans ce vieux tome
J’ai chanté jadis au chœur.
Sur cet enfant qu’on baptise
Dieu veut que je prophétise.

Nous nommons François-Marie
Ce garcon, dit le parrain.
Le fantôme se récrie:
De tels noms ne lui vont brin.
La Gloire, à son baptistère,
Lui donnera nom Voltaire.

Dans ce marmot, tête énorme,
Germe un puissant écrivain
Qui doit, en fait de réforme,
Passer Luther et Calvin.
Sots préjugés, il vous sape.
Gare à vous, monsieur du pape!

Ce Rabelais, qu’on l’arrête!
Dit le curé s’échauffant.
Pour nous un dîner s’apprête
Chez le père de l’enfant;
De cadeaux il nous accable:
Baptisons, fût-ce le diable!

Le fantôme, qui s’envole,
Crie aux prêtres: Avant peu,
Voltaire, encore à l’école,
En jouant y met le feu.
Ce feu chez vous va s’étendre:
Aux cloches il faut vous pendre.

Noot: ‘Voltaire, né en février 1694, était si frêle qu’on se contenta de l’ondoyer en famille. Son baptême n’eut lieu qu’en novembre de la même année, à Saint-André des Arts. Son père, notaire d’abord, devint trésorier de la cour des comptes.’

Met dank aan Martin Hulsenboom; hij ontdekte het lied (ook te vinden op gallica) en tikte het voor ons over. [omhoog]

♦♦♦rohrbach portret voltaire

 

 

 


Van 21 mei tot 20 september 2009 was te zien: Voltaire en tête(s). Exposition autour d’une collection particulière: trois siècles d’images de Voltaire. De tentoonstelling, ingericht door Andrew Brown, Lucien Choudin en Alex Décott, in het Château de Voltaire te Ferney-Voltaire, is vrij toegankelijk.

♦♦♦

In de Beinecke Rare Book & Manuscript Library van Yale University wordt een frontispiece beschreven dat onderdeel is van Claude Petit-Jehan, Virgile goguenard etc. ( Beinecke library). De beschrijving van de prent luidt: ‘View of a dressing room with attendants; bookshelves with identified volumes including Homer and Voltaire.’
 

petit-jehan frontispice

 

Nu zou Voltaire raar opkijken zich, al was het maar op de rug van een boek, in dit gezelschap terug te vinden. Virgile goguenard, ou, Le douziesme liure de lEneide trauesty : (puisque trauesty y a) is namelijk gepubliceerd in 1652, terwijl Voltaire pas 42 jaar later het levenslicht zag. Inzoomen op de prent heldert het misverstand op:
 

petit-jehan frontispice detail

 

Niet Voltaire, maar Vincent Voiture (1598-1648) staat naast Villon, Coccaius, Marot Saint-Gelais, en anderen op de boekenplank.

♦♦♦

Op 14 november 2008 werd in Parijs een studiedag georganiseerd rond de Dictionnaire philosopique van Voltaire (in 2001 door Hannie Vermeer-Pardoen in het Nederlands vertaald). Inmiddels zijn de bijdragen te downloaden van fabula colloques. ■ Van Anne-Marie Garagnon verscheen Cinq études sur le style de Voltaire (2008); het boek telt 160 pp. en kost € 19,50.

♦♦♦

Op 16 oktober 2008 verschenen: Voltaire and the 1760s. Essays for John Renwick. Sous la direction de Nicholas Cronk. Voltaire Foundation, coll. ‘Studies on Voltaire and the Eighteenth Century (SVEC)’, 2008:10, 293 pp.

‘The 1760s is a pivotal decade for the philosophes; they came to dominate key literary institutions such as the Comédie-Française and the Académie française, and their enlightened programme became more widely accepted. Many of the essays in this volume focus on Voltaire, revealing him as a writer of fiction and polemic who, during this period, became increasingly interested in questions of justice and jurisprudence. Other essays examine the literary activities of Voltaire's contemporaries, including Jean-Jacques Rousseau, Chamfort, Rétif, Sedaine and Marmontel.’

Op fabula is ook een inhoudsopgave te lezen. En daar zult u het waarschijnlijk mee moeten doen, want dit boek is, als alle uitgaven van de Voltaire Foundation, onbetaalbaar. [omhoog]

♦♦♦
 

voltaire 1775


Gravure van Augustin de Saint-Aubin (1775) naar een schets van Vivant Denon
(uit:
Album Voltaire, 1983)

♦♦♦

In december 2008 verscheen bij Van Gennep opnieuw een Voltaire-vertaling van Hannie Vermeer-Pardoen: Het nut van de filosofie. Dialogen van Euhemeros. De twaalf dialogen tussen de filosofen Kallikrates en Euhemeros verschenen in 1777, een jaar voor Voltaires dood. ‘Het wordt zijn filosofisch testament’, aldus de vertaalster. Na de dikke pillen waarmee we verwend zijn wordt dit een boek van geheel andere omvang: het telt 126 blz. en kost € 14,95,-. ■ Opnieuw mochten we een voorpublicatie opnemen. Onderstaand fragment komt uit de laatste dialoog; voor de overige: spoed u naar de boekhandel!

Kallikrates

Men beweert dat de goden Sicilië met de gave van het graan hebben gezegend en dat het zich van ons vandaan over een gedeelte van de aarde heeft verspreid; de epicuristen geloven daar niets van; zij zijn ervan overtuigd dat de goden het te druk hadden met lekker eten en drinken om aan ons eten te denken; en inderdaad, als Ceres ons koren had gegeven, had ze ons ook wel een windmolen cadeau kunnen doen.

Euhemeros

Wat mij betreft, ik zal er altijd van overtuigd blijven dat niet Ceres koren naar Syracuse heeft gebracht, maar dat de grote Demiurg de mensen en de dieren het voedsel en de vaardigheden heeft gegeven die nodig zijn om hun korte leven in stand te houden, al naargelang het klimaat waarin Hij hen geboren heeft doen worden.

De volken die aan de oevers van de Seine en de Donau wonen, beschikken niet over de verrukkelijke vruchten die in de buurt van de Ganges groeien. De natuur doet bij hen niet die zo smakelijke en voedzame rijst groeien, waarvan de smaak nog wordt versterkt door de specerijen en het rietsuiker van Indië. Ons Noord-Europa moet het stellen zonder die mooie palmen waar heel Azië vol mee staat, zonder al die verschillende soorten goudkleurige appels die zulk lichtverteerbaar voedsel vormen en waarvan men zo’n verfrissende drank kan maken. Uitgestrekte landstreken waarvan Alexander slechts de grenzen heeft gezien, hebben kokospalmen toebedacht gekregen, waar u wel van gehoord zult hebben; de vrucht ervan levert een noot op die veel lekkerder is dan ons brood en onze honing, een drank die beter smaakt dan de beste wijn, olie voor de lampen en een heel harde schaal waarvan vazen worden gemaakt en allerlei kleine sieraden; van de draadvormige schors eromheen wordt doek geweven dat in de vorm van een zeil wordt gesneden; van het hout worden schepen gemaakt en huizen, en de brede, dikke bladeren dienen als dakbedekking voor die huizen. En zo worden hele volken, aan wie de aarde deze geschenken met gulle hand geeft, zonder dat ze de grond hoeven te bewerken, door deze ene fruitsoort gevoed, wordt hun dorst gelest, worden ze gekleed, gehuisvest, vervoerd en van huisraad voorzien.

In Europa, waarvan Sicilië het meest begunstigde gedeelte is, hebben wij tot nu toe alleen wilde vruchten, want de gouden appelen van de Hesperiden, de mooie vruchten uit Perzië, uit Cerasus en Epirus, worden op ons eiland niet gekweekt: onze rijkdom en onze faam danken wij aan ons graan waar we zo trots op zijn: wat een treurige faam en wat een moeizaam verkregen rijkdom! Degenen die gezegd hebben dat wij Ceres hadden beledigd en zij ons als straf de landbouw had geleerd, hadden daarin misschien geen ongelijk.

Eerst moet het ijzer aan de schoot der aarde worden ontrukt en door cyclopenhanden worden gesmeed, om daarmee de aarde open te scheuren. Drie kwart van de volken van ons kleine Europa is verplicht van Azië en Afrika zaad te kopen voor hun schrale akkers; en als die akkers dan verscheidene malen zijn omgeploegd, wat mens en dier totaal heeft uitgeput, dan leveren ze in de beste jaren tien op één op, en door de bank genomen vijf of zes, soms drie op één. Als die armzalige oogst binnen is, moeten de halmen worden gedorst door er met een vlegel op los te slaan, en bij dat zware werk gaat weer een deel verloren. Al die moeite levert de mens nog steeds niets eetbaars op. Dat armetierige graan moet naar mannen gebracht worden die het in het zweet huns aanschijns handmatig pletten onder de molensteen. En dan heb je nog niets, als je het niet eerst blootstelt aan het vuur in gewelfde grotten, waar het door te veel hitte tot as verpulvert of door te weinig hitte een oneetbare deegklomp wordt.

Dat is dan dat brood waarmee Ceres de mensen heeft gezegend, of liever waarvoor zij hen zo duur heeft laten betalen! Het lijkt net zo veel op het graan waarvan het is gemaakt als een rode toga op het schaap dat de wol heeft geleverd. En het betreurenswaardigste is nog dat de boer maar nauwelijks geniet van de vrucht van zijn arbeid. De bewoner van de streken rondom de Seine, de Donau en de Borysthenes [de Dnjepr in Zuid-Rusland] heeft niet voor zichzelf gezaaid, maar voor de barbaar die zich meester heeft gemaakt van zijn land, zonder te weten hoe het graan in de aarde ontkiemt; hij zaaide voor de druïde of de lama die namens de hemel een deel van zijn oogst opeist, in afwachting van het moment waarop hij de dochter van de brave man wiens leeftocht hij verslindt, ontmaagdt of op een altaar offert.

U zult toch op zijn minst moeten toegeven dat de wiskundigen die de windmolen hebben uitgevonden, de ongelukkige boer hebben verlost van het allervermoeiendste werk.’
[omhoog]

♦♦♦
 

savignac voltaire affiche 1979


♦♦♦

Op 20 april 2008 werd in boekhandel Scheltema De onwetende wijsgeer. Een keuze uit het mengelwerk (zie hierna) gepresenteerd. Na een inleiding van vertaalster Hannie Vemeer-Pardoen werd het eerste exemplaar aan Bas Heijne overhandigd. Hierna spraken achtereenvolgens Jaffe Vink, Murat Kotan en Herman van Gunsteren over het thema van deze Voltaire-middag: ‘Écrasez l’infâme en de beperkingen van de vrijheid van meningsuiting’. Hieronder een kiekje [copyright Monique Bullinga] van Hannie Vermeer-Pardoen tijdens haar lezing .
 

hannie vermeer-pardoen [foto monique bullinga]

De voorpublicatie op deze pagina is inmiddels te lezen in De onwetende wijsgeer. Een keuze uit het mengelwerk. Hannie Vermeer-Pardoen selecteerde hiervoor 24 teksten uit de Mélanges, die ze vertaalde en inleidde. Na het Filosofisch woordenboek (2001), de Filosofische vertellingen (2003), en de begin 2007 verschenen Briefwisseling met Frederik de Grote 1736-1778 heeft Vermeer-Pardoen opnieuw voor Voltaire gekozen, en ze is ‘nog lang niet klaar met hem’.
 

voltaire oc xv facéties 1827

 

We lieten onze keuze vallen op ‘Overwegingen voor domoren’ (‘Réflexions pour les sots’; tussen vierkante haken de noten), dat in 1760 verscheen in de Recueil des Facéties Parisiennes. Wie nieuwsgierig is naar de andere 23 stukken hoeft alleen maar het boek te kopen.

 

Overwegingen voor domoren

Als de meerderheid waarover geregeerd wordt uit runderen bestond en de minderheid die regeert uit koeherders, dan zou die minderheid er heel goed aan doen de meerderheid dom te houden.
Maar zo staan de zaken er niet voor. Sommige volken die lang met horens hebben rondgelopen en tot de herkauwers behoorden, beginnen nu te denken.
Als de tijd om te denken eenmaal daar is, kan men de mensen onmogelijk de kracht afnemen die zij hebben verworven; mensen die denken moeten worden behandeld als denkende wezens, zoals het redeloze gedierte als redeloos gedierte moet worden behandeld.
Als de ridders van de Kousenband bijeen zijn in het stadhuis van Londen, zouden zij heden ten dage de mensen met geen mogelijkheid kunnen doen geloven dat hun schutspatroon Sint Joris, met een lans in zijn hand en gezeten op een groot strijdros, vanuit de hemel op hen neerkijkt.
Koning Willem, koningin Anna, George I en George II hebben nooit iemand van de klierziekte genezen. Als vroeger een koning zou hebben geweigerd gebruik te maken van dat heilige voorrecht, zou het volk in opstand zijn gekomen; als vandaag de dag een koning er wel gebruik van zou willen maken, zou het hele volk daarom moeten lachen. [1]
In een gedicht met de titel De genade zegt de zoon van de grote Racine het volgende over Engeland:

Engeland, waar eens het licht der rede straalde,
Is, nu ’t zo veel vreemde sekten binnenhaalde,
Nog slechts een droevig land van waan en hersenschim.

De heer Racine vergist zich: Engeland was weggezonken in een poel van onwetendheid en wansmaak tot aan de tijd van kanselier Bacon. [2] Door de vrijheid van denken konden er bij de Engelsen zo veel uitstekende boeken het daglicht zien; omdat de geest van de mensen verlicht was, zijn zij zo stoutmoedig geweest; en omdat zij stoutmoedig zijn geweest, zijn er prijzen uitgereikt aan degenen die hun koren over de zee zouden vervoeren; die vrijheid heeft alle vormen van kunst en techniek doen bloeien en de oceaan met schepen overdekt.
Wat betreft die waan en die hersenschimmen die hun worden verweten door de schrijver van het gedicht over De genade, het is waar dat zij niet meer twisten over de werkende genade, de voldoende genade en de vergezellende genade; maar ter compensatie hebben zij de logaritmen bedacht, de stand van drieduizend sterren berekend, de verspreiding van het licht verklaard; van hen hebben wij de berekening van wat wij het oneindige noemen, en de wiskundige wet volgens welke alle hemellichamen door elkaar worden aangetrokken. Men zal moeten toegeven dat de Sorbonne, hoewel die natuurlijk boven alles uitsteekt, zulke ontdekkingen nog niet heeft gedaan. Die zielige neiging om je te doen gelden door op je tijd te schelden, door de mensen te willen dwingen om weer eikels te gaan eten in plaats van brood, om steeds maar weer, te pas en te onpas, op de proppen te komen met die ellendige gemeenplaatsen, die zal voortaan niet veel succes meer hebben.
Het is belachelijk om te denken dat een verlichte natie niet gelukkiger is dan een die in onwetendheid leeft.
Het is vreselijk om de mensen wijs te maken dat verdraagzaamheid gevaarlijk is, als wij toch zien hoe vlak bij huis de bevolking van Engeland en Holland door die verdraagzaamheid talrijker en welvarender is geworden, en hoe door een tegenovergestelde houding mooie koninkrijken zijn ontvolkt en het land er braakligt.
De vervolging van mensen die vrij durven denken komt niet voort uit het feit dat men die mensen gevaarlijk vindt, want beslist niemand van hen heeft ooit ook maar vier schooiers aangezet tot het schoppen van relletjes, niet op de Place Maubert [3] en ook niet in de grote zaal. [4] Geen enkele filosoof heeft ooit gepraat met Jacques Clément, noch met Barrière, noch met Châtel, noch met Ravaillac, noch met Damiens. [5]
Geen enkele filosoof heeft ooit verhinderd dat de belastingen werden betaald die nodig waren voor de verdediging van de staat; en toen men in vroeger dagen de schrijn van Genoveva door de straten van Parijs droeg om regen of mooi weer te krijgen, is die processie nimmer door een filosoof verstoord; en toen de convulsionairen [6] de hulp van een heilige afsmeekten, heeft geen filosoof hen afgerost.
Toen de jezuïeten gebruik maakten van laster, van de biecht, van lettres de cachet [7] tegen ieder die ze van jansenisme [8] beschuldigden, dat wil zeggen van vijandschap ten opzichte van henzelf; toen de jansenisten, zo goed en zo kwaad als het ging, wraak namen op de jezuïeten voor die brutale vervolgingen, hebben de filosofen zich op geen enkele wijze in die twisten gemengd; ze hebben gemaakt dat men er minachting voor kreeg, en daarmee hebben ze de natie voor eeuwig een dienst bewezen.
Als het niet meer mogelijk is dat een in slecht Latijn geschreven en met de vissersring verzegelde bul beslist over het lot van de staat; als een gezant van de Heilige Stoel geen bevelen meer komt geven aan onze koningen en tienden komt heffen van onze volken, aan wie is dat dan te danken? Aan de stelregels van kanselier de l’Hôpital, [9] die filosoof was; aan de geschriften van Gerson, [10] die ook filosoof was; aan het inzicht van advocaat-generaal Cugnières, [11] die men als filosoof beschouwde, en vooral aan de onweerlegbare geschriften uit onze tijd, die de waanzin van onze voorouders zo belachelijk hebben gemaakt dat het voortaan voor hun nakomelingen onmogelijk is om even dwaas te zijn als zij.
De echte letterkundigen en de ware filosofen hebben heel wat meer te betekenen voor de mensheid dan figuren als Orpheus, Hercules of Theseus, want het is mooier en moeilijker om beschaafde mensen los te weken van hun vooroordelen dan om onbeschaafde lieden tot beschaving te brengen, iets verbeteren is zeldzamer dan het ingang te doen vinden.
Waar komt toch die verbetenheid vandaan van sommige burgerlijke lieden en tweederangs schrijvertjes tegen de meest achtenswaardige en de meest nuttige medeburgers? Die is een gevolg van het feit dat die burgerlijke lieden en die schrijvertjes diep in hun hart wel hebben gevoeld dat zij verachtelijk waren in de ogen van die geniale mannen; het komt doordat zijn zo vermetel zijn geweest om jaloers te worden: iemand die gewend is om in de verborgenheid van zijn kleine kringetje te worden geprezen, wordt razend als hij in het openbaar wordt geminacht.
Haman wilde alle joden ophangen omdat Mordechai hem niet met een buiging had begroet. [12] Acanthos [13] wilde alle wijzen laten verbranden omdat een wijze had gezegd dat de redevoering van Acanthos waardeloos was.
O Acanthos, laat de Méditations van de weleerwaarde pater Croiset in kalfsleer binden! En als er een goed boek verschijnt, ga het dan gauw aangeven bij mensen die het niet zullen lezen; laat een nuttig boek verbranden en de vonken zullen in je gezicht spatten.

Noten

Deze tekst, oorspronkelijk getiteld Réflexions pour les sots, dateert uit de eerste helft van 1760 en maakte deel uit van Recueil des facéties parisiennes.

1. Toch heeft Lodewijk XVI dat nog gedaan.
2. Francis Bacon (1561-1626) was staatsman en filosoof. Hij heeft grote invloed gehad op de ontwikkeling van de wetenschap.
3. De Place Maubert was berucht vanwege de ongure types die zich daar ophielden.
4. Bedoeld wordt waarschijnlijk de grote zaal van het Palais de Justice.
5. Jacques Clément vermoordde Hendrik III (1589); Barrière pleegde een mislukte aanslag op Hendrik IV (1593), evenals Jean Châtel (1594); Ravaillac vermoordde Hendrik IV (1610) en Damiens bracht Lodewijk XV een ongevaarlijke messteek toe.
6. Fanatieke jansenisten die op het kerkhof  Saint-Médard gingen bidden op het graf van de jansenist Pâris, die na zijn dood wonderen heette te verrichten. Zij raakten daarbij in trance (convulsionnaire: stuiptrekkend). Zie hierover ook het artikel Convulsionairen in het Filosofisch woordenboek.
7. Een lettre de cachet was een door de koning ondertekend bevel tot gevangenneming. De naam van de betreffende persoon was niet ingevuld, zodat degene die zo’n lettre de cachet in zijn bezit had, zijn slachtoffer willekeurig kon uitkiezen.
8. De jansenisten waren volgelingen van Jansenius. Hun geschil met de jezuïeten ging voornamelijk over de rol van de predestinatie en de goddelijke genade.
9. Michel de l’Hôpital was minister van justitie onder het regentschap van Catharina de Médicis. Hij gaf de protestanten vrijheid van eredienst in het hele land, behalve in de steden. Hij kon echter niet verhinderen dat er in 1562 een godsdienstoorlog uitbrak.
10. Gerson was een Frans theoloog (1363-1429). Hij behoorde tot de beweging van de Moderne Devotie (Ruysbroek). Hij trachtte een einde te maken aan het grote schisma van de westerse Kerk.
11. Pierre de Cugnières stelde in 1330 een protest op tegen de te grote invloed van de Kerk op de rechtspraak.
12. Ester 3.
13. Met Acanthos wordt Omer Joly de Fleury bedoeld, die advocaat-generaal was aan het hoge gerechtshof van Parijs. [omhoog]

♦♦♦

Een primeur is ook de uitgave in Nederlandse vertaling van de laatste brief die Frederik aan Voltaire schreef, op 15 april 1778. Het bestaan ervan was wel al bekend, maar pas toen de Bibliothèque Nationale Française de privé-collectie verwierf waarvan hij deel uitmaakte kwam de brief boven water. In Revue Voltaire nr. 5 - 2005 presenteert Christiane Mervaud dit laatste schrijfsel van ‘Federic’, zoals hij meestal ondertekende, in hun 42 jaar durende correspondentie. ■ Hannie Vermeer-Pardoen tekent voor de vertaling van deze brief die, voorzien van een inleiding, eveneens in april 2008 bij Van Gennep zal verschijnen. Voor meer informatie verwijs ik graag naar deze uitgave.

♦♦♦

‘On ne peut bien la comprendre si on la méprise ou si on l’idolâtre.’

Deze uitspraak van Tocqueville — over de Franse Revolutie — lijkt algemeen geldig. Hij wordt aangehaald door Jacques de Saint Victor in Le Figaro Livres (8 november 2007); in een paar alinea’s schetst hij daarin de moeilijkheden die schrijvers ondervinden wanneer zij Voltaire tot onderwerp van hun studie maken. Onlangs verschenen twee nieuwe biografieën, maar, zo stelt Saint Victor, de een kan niet zonder de ander gelezen worden. Pierre Milza (Voltaire) lijkt volgens hem enigszins ‘beangstigd’ door Voltaire, nog steeds de icoon van het vrije woord, terwijl Xavier Martin (Voltaire méconnu. Aspects cachés de l’humanisme des Lumières) de ‘onvergeeflijke fout’ begaat niet van de eeuw van de Verlichting te houden, en dus evenmín een objectief portret van Voltaire kan schilderen.

Op canal academie wordt Milza bijna een uur aan de tand gevoeld over zijn Voltaire. ■ Een eveneens uitgebreid interview met Martin is te beluisteren op radio courtoisie. Niet te versmaden alvorens eventueel tot aanschaf van Voltaire méconnu over te gaan: voorwerk, woord vooraf, inhoudsopgave en bibliografie staan op biblisem.

♦♦♦

  Jan Blokker koos Voltaire. Briefwisseling met Frederik de Grote 1736-1778 als een van de beste boeken van 2007: ‘Omdat het zo’n mooie, welluidende vertaling is, met precies de goede annotaties. En omdat de briefschrijvers langzaam maar zeker zulke aandoenlijke oude mannen worden.’(NRC Handelsblad 8 december 2007

Brieven Drie jaar heeft ‘Fay ce que vouldras’-lid Hannie Vermeer-Pardoen aan haar vertaling gewerkt, en nu zijn dan de 601 bewaard gebleven brieven die de ‘twee grote mannen’ elkaar schreven voor het eerst in het Nederlands vertaald en in één band bij elkaar gebracht. Het is een pil van meer dan 1000 pagina’s geworden. ■ De vraag of deze correspondentie voor ons nog betekenis heeft, anders dan literaire waarde, is eenduidig met ‘ja’ te beantwoorden. Immers, een groot gedeelte van de eeuw van de Verlichting trekt in deze briefwisseling tussen de filosoof en de Pruisische vorst aan de lezer voorbij. In de woorden van de vertaalster: ‘[...] we [krijgen] in deze brieven op heel directe wijze inzicht in de ideeën die in deze zo beslissende tijd naar voren komen: ideeën over God en godsdienst, over atheïsme, over vrijheid en gebondenheid, oorlog en vrede, kortom, over veel dingen die ook nu nog de kern van ons denken vormen.’ ■ Ook op microniveau valt er veel te genieten — al moet je je vooral niet ergeren aan de vele strijkages die nu eenmaal usance zijn in een correspondentie uit die tijd —, en op elke bladzijde staan wel zaken die uitnodigen tot het grijpen naar secundair materiaal. ■ Spijtig genoeg heeft de uitgever nagelaten het boek van een register te voorzien — een misser die hopelijk in een volgende druk goedgemaakt wordt.

 

voltaire bij boekhandel roelants nijmegen

 

Vermeer-Pardoen, die ook de succesvolle Rabelais-vertaling op haar naam heeft staan, publiceerde eerder Voltaire’s Filosofische vertellingen en zijn Filosofisch woordenboek — hierboven in flinke stapels naast de briefwisseling (bij boekhandel Roelants in Nijmegen). Waar bij Rabelais het woord zo belangrijk is, zijn dat bij Voltaire vooral de zinnen, zegt de vertaalster. En zorgden bij Rabelais de eindeloze enumeraties nog wel eens voor enig oponthoud, in de correspondentie tussen Voltaire en Frederik II zijn het vooral de ‘versjes’ die bij nauwgezet vasthouden aan metrum en rijm de arbeid een enkele keer ophielden. Toch horen ze er zonder meer in: beide mannen kunnen er zaken in kwijt die hun anders moeilijkheden (Voltaire) of frictie (Frederik) zouden hebben opgeleverd. De gedichten zijn vaak ook geestig.
 

Luister naar de voordracht door Vermeer-Pardoen (productie: Piet Offermans), en ga het boek daarna gewoon kópen.

Lees ervoor, tussendoor of erna Voltaire almighty van Roger Pearson (2005), om, zoals Jan Blokker in zijn recensie van 23 maart j.l. in de NRC schreef, ‘enige afstand te zoeken: van de close-up naar het totaalbeeld’. ■ Pearson heeft dankbaar gebruik gemaakt van Voltaire en son temps, onder redactie van René Pomeau, dat in 1995 in een herziene editie uitkwam (vijf boeken in twee banden; behalve bij de fnac nog te bestellen via antiqbook). Aangevuld met recente research, met name die van de Voltaire Foundation, staat dit voor een betrouwbare biografie die ook nog eens leest als een trein. ■ David Bodanis heeft er in de ‘dubbelbiografie’ Passionate minds (2006) voor gekozen de wetenschapster en kenner van Newton Emilie du Châtelet centraal te stellen: ook dit levert een uiterst leesbaar boek op. [omhoog]

♦♦♦

voltaire door chodowiecki

 


Dinsdag 3 april 2007: Nederlandse brief Voltaire ontdekt!

‘De Leidse onderzoeker dr. C.D. van Strien heeft in de collectie van Tresoar, het Fries historisch en letterkundig centrum te Leeuwarden, een origineel handgeschreven briefje gevonden geschreven door de Franse wijsgeer Voltaire. Deze brief was tot nu toe onbekend.’ ■ Zie voor het commentaar van Van Strien zijn uitgebreide artikel op Tresoar.

 

voltaire door eliane duvekot 2005

 

 

 

 

 

 

Eliane Gerrits (voorheen Duvekot) maakt prachtige schrijvers-portretten, zoals deze
(mijn favoriet) van Voltaire, gepubliceerd
in de NRC, in november 2005.

 

 

[omhoog, terug naar de lezende kip naar entree of naar de sitemap]